Civiel recht overig
een verklaring voor recht - buitenlandse akte De akte is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een…
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 26 april 2016
ECLI:NL:OGEAA:2016:381 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 26 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-ogeaa-2016-381
Zaakgegevens
Op 26 april 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 26 april 2016
- Datum publicatie
- 15 juni 2016
- Zaaknummer
- EJ. nr. 2724 van 2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2016:381
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
een verklaring voor recht - buitenlandse akte
De akte is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij c.q. gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.
Uitspraak
Beschikking van 26 april 2016
behorend bij EJ. nr. 2724 van 2015.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: de moeder,
procederend in persoon,
Belanghebbende:
[belanghebbende sub 1], hierna: de vader,
[minderjarige], hierna: de minderjarige,
De ambtenaar van de burgerlijke stand, hierna: de abs,
in Aruba.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 27 november 2015,
- het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, ingediend op 11 maart 2016;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 15 maart 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon en de ambtenaar van de burgerlijke stand bij mr. J.M.A.M. Ponsioen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 DE FEITEN
De minderjarige is op 23 februari 2006 in de Dominicaanse Republiek uit de moeder geboren. Op het uittreksel van de geboorteakte staat de heer [belanghebbende sub 1] als de vader vermeld.
Bij akte van 24 augustus 2015 zijn de moeder en de vader ten overstaan van X, Abogado Notario-Público de los del Número para el Distrito Nacional, overeengekomen dat de voogdij (“tutela”) en het wettelijk gezag (“guarda legal”) over de minderjarige aan de moeder zullen worden toegekend.
De minderjarige verblijft sinds 23 augustus 2015 feitelijk in Aruba, zonder in het bezit te zijn van een verblijfstitel.
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt - tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde akte van 24 augustus 2015.
4 DE BEOORDELING
Op grond van artikel 1:26 BW kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
Voornoemde akte van 24 augustus 2015 is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij c.q. gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 26 april 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.