Civiel recht overig
civiel-ej-verzoek ex artikel 1:26 BWA
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 18 oktober 2016
ECLI:NL:OGEAA:2016:728 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 18 oktober 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-ogeaa-2016-728
Zaakgegevens
Op 18 oktober 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2016
- Datum publicatie
- 16 november 2016
- Zaaknummer
- EJ nr. 1171 van 2016
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2016:728
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
civiel-ej-verzoek ex artikel 1:26 BWA
Uitspraak
Beschikking van 18 oktober 2016
Behorend bij EJ nr. 1171 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[X] ,
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: verzoekster,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[Y], hierna de moeder,
wonende in Jamaica,
[Z], hierna de vader,
wonende in Jamaica,
[M], de minderjarige,
wonende in Aruba,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, hierna: de ambtenaar, gemachtigde: J.A. Koolman LLM.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift ingediend op 26 mei 2016,
-
het verweerschrift van de ambtenaar, ingediend op 2 september 2016,
-
de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 6 september 2016, waaruit blijkt dat verzoekster in persoon is verschenen, en namens de ambtenaar mevrouw J.A. Koolman aanwezig was. De moeder en de vader zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 DE FEITEN
Uit de moeder is op [datum] 2001 in Jamaica geboren [M] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend.
Bij rechterlijke uitspraak van de Family Court for the Parishes of St. James, Hanover and Westmoreland in Montego Bay, Jamaica van 22 oktober 2013, is verzoekster belast met de voogdij (custody) over de minderjarige.
De minderjarige woont bij verzoekster in Aruba.
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt – kennelijk – tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde uitspraak van 22 oktober 2013. Daartoe is ter zitting gesteld dat het in het belang van de minderjarige is dat voornoemde beslissing in Aruba wordt erkend, zodat verzoekster de verblijfsstatus van de minderjarige hier te lande kan regelen, het een en ander conform de vereisten van de DIMAS.
4 DE BEOORDELING
Op grond van artikel 1:26 BW kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
Voornoemde uitspraak van 22 oktober 2013 is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij c.q. gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.
Ten overvloede merkt het gerecht hierbij op dat voor erkenning door dit gerecht van een buitenlands vonnis met betrekking tot gezag, een wettelijke grondslag ontbreekt.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 18 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.