Civiel recht overig
Civiel - EJ - ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 1 november 2016
ECLI:NL:OGEAA:2016:761 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 1 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-ogeaa-2016-761
Zaakgegevens
Op 1 november 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 1 november 2016
- Datum publicatie
- 29 november 2016
- Zaaknummer
- EJ nr. 1547 van 2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2016:761
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel - EJ - ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap.
Uitspraak
Beschikking van 1 november 2016
Behorend bij EJ nr. 1547 van 2015.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[de moeder],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff,
tegen
[de man],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna te noemen: de man,
niet verschenen.
Belanghebbenden:
[de minderjarige], de minderjarige,
DE VOOGDIJRAAD, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator.
1 DE PROCEDURE
Het verloop de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift met producties, ingediend op 17 juli 2015;
-
het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, overgelegd op 19 oktober 2015;
-
het rapport van Laboratorio Familiar houdende de bevindingen van een verwantschapsonderzoek, ingediend op 24 mei 2016;
-
de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 20 oktober 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon bijgestaan door haar gemachtigde, de man in persoon, [de biologische vader] in persoon, de ambtenaar van de Burgerlijke Stand bij mr. J.M.A.M. Ponsioen en de Voogdijraad bij mevrouw A. Emanuel;
-
de griffiersaantekeningen van de voorzetting van de behandeling van 20 september 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde en de Voogdijraad bij mevrouw Y. Maduro. De man is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 DE FEITEN
Uit het huwelijk tussen de moeder en de man is op [datum] 2004 in Aruba geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige).
Bij beschikking van dit gerecht van [datum] 2013 (EJ-3754/12) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van de man.
4 DE BEOORDELING
Het gerecht stelt allereerst vast dat de moeder niet in haar op 17 juli 2015 ingediende verzoek kan worden ontvangen. Ingevolge artikel 1:200, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) dient een verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap door de moeder te worden ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind. Dit betekent dat de vrouw het verzoek uiterlijk op 22 oktober 2005 had moeten indienen. Dit heeft zij niet gedaan.
Het vorenstaande neemt niet weg dat ingevolge artikel 1:212 BWA in zaken van afstamming het minderjarige kind vertegenwoordigd dient te worden door een daartoe door het gerecht benoemde bijzondere curator. De Voogdijraad heeft zich ter zitting bereid verklaard als bijzondere curator van de minderjarige [de minderjarige] op te treden en desgevraagd te kennen gegeven namens de minderjarige het verzoek te willen doen tot ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van de man. Het gerecht ziet grond om terstond tot de daartoe strekkende benoeming over te gaan en op het door de bijzondere curator namens de minderjarige ingediende verzoek te beslissen. Daarbij is in aanmerking genomen dat de minderjarige in dit verzoek kan worden ontvangen nu het namens deze is ingediend binnen de in artikel 1:200, zesde lid, BWA gestelde termijn.
De vrouw heeft een rapport overgelegd van het Laboratorio Familiar van 9 maart 2016, houdende de bevindingen van een verwantschapsonderzoek (DNA-test). Op grond van dit rapport kan de conclusie worden getrokken dat de man niet de biologische vader van de minderjarige kan zijn. Nu biologisch vaderschap door middel DNA-onderzoek nagenoeg met zekerheid kan worden bewezen en er ook overigens geen reden is om aan de resultaten van het verwantschapsonderzoek te twijfelen, is hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat de man niet de biologische vader is. Het gerecht zal het verzoek van de minderjarige zal daarom toewijzen.
DE BESLISSING
Het gerecht:
verklaart het verzoek van de vrouw niet-ontvankelijk,
benoemt de Voogdijraad tot bijzonder curator van de minderjarige [de minderjarige],
verklaart gegrond de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van [de man], geboren op [datum] 1980 in Aruba, van [de minderjarige], geboren op [datum] 2004 in Aruba uit [de moeder].
Deze beschikking is gegeven op dinsdag 1 november 2016 door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.