Civiel recht overig
Civiel - EJ - omgangsregeling - rechter onbevoegd
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 1 november 2016
ECLI:NL:OGEAA:2016:763 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 1 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-ogeaa-2016-763
Zaakgegevens
Op 1 november 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 1 november 2016
- Datum publicatie
- 29 november 2016
- Zaaknummer
- EJ nr. 2648 van 2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2016:763
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel - EJ - omgangsregeling - rechter onbevoegd
Uitspraak
Beschikking van 1 november 2016
behorend bij EJ nr. 2648 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[de vader],
VERZOEKSER, hierna te noemen: de vader,
wonende in Aruba,
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,
tegen
[de moeder],
VERWEERSTER, hierna te noemen: de moeder,
wonende in Zwitserland,
gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper.
Belanghebbenden:
[de minderjarige], de minderjarige,
DE VOOGDIJRAAD.
1 DE PROCEDURE
Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 9 februari 2016. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 28 juni 2016,
- de griffiersaantekeningen van de voortzetting behandeling van 20 september 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen bij hun gemachtigden voornoemd en de Voogdijraad bij mevrouw A. Flanders en mevrouw G. Hoogvliets.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 DE VERDERE BEOORDELING
Art. 429ba Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba (Rv) bepaalt in dat verband dat aan de rechter geen rechtsmacht toekomt, indien het verzoek onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft. Van de relevante aanknopingspunten in zaken betreffende het gezag over minderjarigen moet het zwaarste - en doorgaans doorslaggevend - gewicht worden toegekend aan de gewone verblijfplaats van de minderjarigen, zijnde het uitgangspunt in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 (en ook in de opvolger daarvan, het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996).
De minderjarige en de moeder wonen inmiddels in Zwitserland. Ligt de gewone verblijfplaats van het kind, zoals in casu, buiten Aruba, dan komt de Arubaanse rechter geen rechtsmacht toe. Uitzonderingssituaties zijn in zeer bijzondere omstandigheden denkbaar, maar het bestaan van dergelijke omstandigheden is hier niet gebleken.
De Nederlandse nationaliteit van de vader creëert geen aanknoping met de Arubaanse rechtssfeer. Ook de woon- c.q. verblijfplaats van de vader creëert niet voldoende aanknoping met de Arubaanse rechtssfeer.
Verder is het gegeven dat Justin ten tijde van het indienen van het verzoekschrift nog wel in Aruba woonde, niet doorslaggevend. Bepalend is ook hier het belang van het kind. Het gerecht acht het in dit geval in het belang van de minderjarige dat de bevoegdheid “meeverhuist” naar de bevoegde Zwitserse rechter. Immers, voor een verzochte omgangsregeling zal naar verwachting een onderzoek, in dit geval door de Raad voor de Kinderbescherming in Zwitserland, nodig zijn. Het voorgaande betekent dat het gerecht in deze zaak geen rechtsmacht heeft.
3 DE BESLISSING
Het gerecht:
verklaart zich onbevoegd van het verzoekschrift kennis te nemen,
compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag, 1 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.