Civiel recht overig

Verzoek tot erkenning buitenlandse akte wordt afgewezen.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 5 januari 2016

Zaakgegevens

Op 5 januari 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
5 januari 2016
Datum publicatie
7 januari 2016
Zaaknummer
EJ. nr. 1804 van 2015
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2016:9
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek tot erkenning buitenlandse akte wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 5 januari 2016

behorend bij EJ. nr. 1804 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

X,

wonende in Aruba, [adres],

VERZOEK, hierna: de vader,

procederend in persoon.

Belanghebbenden:

Y, de minderjarige, wonende in Aruba,

Z, de moeder, wonende in Colombia

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, hierna: de ambtenaar.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift, ingediend op 18 augustus 2015,

  • het advies van de ambtenaar, ingediend op 16 november 2015;

  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 17 november 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader in persoon. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Uit de moeder is op [datum] 2003 in Colombia geboren Y (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend.

2.2

Op 30 oktober 2012 is de moeder bij de “Instituto Colombiano de Bienestar Familiar” bij akte (acta de audiencia de conciliacion) akkoord gegaan om de voogdij (custodia) ten aanzien van de minderjarige aan de vader over te dragen.

2.3

De minderjarige woont sinds 13 augustus 2013 bij de vader in Aruba en heeft geen verblijfstitel.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt - tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde akte van 30 oktober 2012.

4 DE BEOORDELING

4.1

Op grond van artikel 1:26 BW kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane akte overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.

4.2

Voornoemde akte van 30 oktober 2012 is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 5 januari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.