Civiel recht overig
civiel-ej-kinderalimentatie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 28 maart 2017
ECLI:NL:OGEAA:2017:215 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 28 maart 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-ogeaa-2017-215
Zaakgegevens
Op 28 maart 2017 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 28 maart 2017
- Datum publicatie
- 3 april 2017
- Zaaknummer
- EJ nr. 2738 van 2016
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2017:215
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
civiel-ej-kinderalimentatie
Uitspraak
Beschikking van 28 maart 2017
behorend bij EJ nr. 2738 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen:
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
en
[X],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna te noemen de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbende:
[Y], de moeder,
[Z], de minderjarige.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift, ingediend op 31 oktober 2016,
-
de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 14 februari 2017, waaruit blijkt dat de vader en de moeder in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig mr. Y. Maduro.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 DE FEITEN
Uit de moeder is op [datum] 2008 in Aruba geboren de thans nog minderjarige [Z] (hierna: de minderjarige).
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader om ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van 1 november 2016, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling en tegen behoorlijke kwijting aan de Voogdijraad, een bedrag van Afl. 460,-- per maand te betalen. Daartoe wordt gesteld dat de vader voldoende draagkrachtig is.
4 DE BEOORDELING
Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
Ter zitting heeft de vader verklaard dat hij thans met een bedrag van Afl. 350,-- per maand bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. De moeder heeft op haar beurt aangegeven dat de vader al sedert december 2016 niet meer heeft bijgedragen in het levensonderhoud van de minderjarige. Vervolgens heeft de vader zich bereid verklaard bovengenoemd bedrag aan kinderalimentatie te blijven betalen. Nu de moeder ter zitting hiermee heeft ingestemd, zal het gerecht dienovereenkomstig beslissen.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
bepaalt de bijdrage van [X] in de kosten van verzorging en opvoeding van [Z], geboren op [datum] 2008 in Aruba, op Afl. 350,-- per maand, met ingang van 1 december 2016, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 28 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.