Civiel recht overig
Verklaring voor recht. De buitenlandse uitspraak is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register…
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 9 januari 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:29 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 9 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-ogeaa-2018-29
Zaakgegevens
Op 9 januari 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 9 januari 2018
- Datum publicatie
- 9 februari 2018
- Zaaknummer
- EJ nr. 1621 van 2017/AUA201702478
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2018:29
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verklaring voor recht. De buitenlandse uitspraak is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
Uitspraak
Beschikking van 9 januari 2018
Behorend bij EJ nr. 1621 van 2017/AUA201702478.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de vader] ,
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna: de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[de minderjarige], de minderjarige,
[de moeder], hierna de moeder, wonende in de Dominicaanse Republiek,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, hierna: de ambtenaar, gemachtigde: mr. J.M.A.M. Ponsioen.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift ingediend op 2 augustus 2017,
-
het advies van de ambtenaar, ingediend per fax op 7 december 2017,
-
de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 12 december 2017, waaruit blijkt dat verzoeker in persoon is verschenen en namens de ambtenaar is verschenen mevrouw mr. J.M.A.M. Ponsioen. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 DE FEITEN
Uit de moeder is in de Dominicaanse Republiek geboren: [de minderjarige] op [geboortedatum] 2005. Zij is door de vader erkend.
De minderjarige verblijft sinds 30 april 2012 bij de vader in Aruba.
Bij uitspraak van El Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Distrito Judicial, in de Dominicaanse Republiek van 3 juli 2012, is verzoeker belast met de - guarda - over [de minderjarige].
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot - naar het gerecht begrijpt - afgifte van een verklaring zoals bedoeld in artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek terzake voornoemde uitspraak van 3 juli 2012.
4 DE BEOORDELING
Op grond van artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
Voornoemde uitspraak van 3 juli 2012 is echter naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie over voogdij of gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 9 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier.