Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 8 juli 2015
ECLI:NL:OGEAA:2015:170 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 8 juli 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2015-170
Zaakgegevens
Op 8 juli 2015 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 8 juli 2015
- Datum publicatie
- 9 juli 2015
- Zaaknummer
- K.G. 1179 van 2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2015:170
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontruiming
Uitspraak
Vonnis in kort geding van 8 juli 2015 (bij vervroeging)
Behorend bij K.G. 1179 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[VERZOEKSTER],
wonende te Aruba,
verzoekster, hierna ook te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: de heer advocaat mr. E.E. Rosenstand,
tegen:
[GEDAAGDE] ,
wonende te Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: de heer advocaat mr. M.G.A. Baiz.
DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 1 juni 2015;
- de brief van 25 juni 2015 met producties aan de zijde van [gedaagde];
- de pleitnota van mr. Baiz;
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 26 juni 2015.
Aan partijen is meegedeeld dat op 17 juli 2015 of zo veel eerder als mogelijk vonnis zou worden gewezen.
2 DE VASTSTAANDE FEITEN
gedaagde] is een aantal jaren geleden een huurovereenkomst aangegaan met de heer [verhuurder] met betrekking tot een trailer op het perceel [adres].
Omstreeks 5 januari 2013 heeft [verhuurder] het perceel grond waar het gehuurde deel vanuit maakt, verkocht aan [koper 1] en [verzoekster]. De akte van levering is opgemaakt op 18 december 2014.
Op 25 augustus 2014 heeft [verzoekster] zich tot de huurcommissie van Aruba gewend, met het verzoek de huurovereenkomst van [gedaagde] te mogen opzeggen wegens dringend eigen gebruik. Op 8 december 2014 heeft de Huurcommissie de gevraagde toestemming verleend.
Op 16 januari 2015 heeft [verzoekster] per aangetekende post de huurovereenkomst per 1 mei 2015 opgezegd.
Op 18 en 26 mei 2015 heeft [verzoekster] de opzegging tevens per deurwaardersexploit laten betekenen.
3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
verzoekster] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te bevelen om binnen drie dagen na dit vonnis het gehuurde te ontruimen en hem te veroordelen in de kosten van het geding.
verzoekster] grondt de vordering erop dat zij het door [gedaagde] gehuurde appartement dringend nodig heeft voor eigen gebruik.
gedaagde] voert hiertegen verweer dat zo nodig bij de beoordeling wordt betrokken.
4 DE BEOORDELING
Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat vastgesteld kan worden dat deze met grote mate van waarschijnlijkheid door de bodemrechter zal worden toegewezen.
Het meest verstrekkende verweer heeft betrekking op de bevoegdheid van [verzoekster] om de ontruiming te vorderen. Ingevolge het bepaalde in artikel 3:89 BWA geschiedt de voor overdracht van onroerend goed vereiste levering door een daartoe bestemde tussen partijen opgemaakte notariële akte, gevolgd door inschrijving in de daartoe bestemde openbare registers. In casu is de notariële akte wel opgemaakt, maar uit het door [gedaagde] overgelegde uittreksel uit het kadaster d.d. 27 mei 2015 volgt dat [verhuurder] nog immer is geregistreerd als eigenaar van het betreffende perceel. Dit heeft tot gevolg dat de levering aan [verzoekster] nimmer is voltooid en zij derhalve nog niet eigenaar is geworden. Nu voorts gesteld noch gebleken dat [verzoekster] partij is geworden bij de huurovereenkomst tussen [gedaagde] en [verhuurder], heeft [verzoekster] vooralsnog geen titel om de ontruiming te vorderen.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering op deze grond afgewezen dient te worden. Alle overige stellingen en weren kunnen erder onbesproken blijven.
verzoekster] wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld.
5 DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [gedaagde] worden begroot op Afl. 1.000,00 aan salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.