Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 september 2015
ECLI:NL:OGEAA:2015:267 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 2 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2015-267
Zaakgegevens
Op 2 september 2015 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 2 september 2015
- Datum publicatie
- 7 september 2015
- Zaaknummer
- K.G. 1642/2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2015:267
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
kosten veroordeling
Uitspraak
Vonnis in kort geding van 2 september 2015
Behorend bij K.G. 1642/2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
E*,
wonende te Aruba,
eiseres,
gemachtigde: advocaat mr. E. Duijneveld,
tegen:
de naamloze vennootschap
ARUBA BANK N.V.,
gevestigd te Aruba,
gedaagde,
gemachtigde: advocaat mr W.G.T.M. Kloes.,
DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift met producties, ingediend op 28 juli 2015;
-
de mondelinge behandeling op 14 augustus 2015, waar de overgelegde pleitnotities zijn uitgesproken.
Het vonnis is nader bepaald op heden.
DE BEOORDELING
1. Naar aanleiding van de behandeling van het kort geding zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan voor een minnelijke regeling. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen. Eiseres heeft echter laten weten bij nader inzien niet bij haar vordering te blijven. Partijen vragen een beslissing over de proceskosten.
2. Gedaagde vindt dat eiseres in de kosten moet worden veroordeeld nu eiseres de zaak intrekt en gedaagde kosten heeft gemaakt. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de kosten dienen te worden gecompenseerd.
3. De kort gedingrechter zal de proceskosten compenseren en overweegt daartoe als volgt. Op zichzelf genomen, kan een verbintenis door een ander dan de schuldenaar worden nagekomen (artikel 6:30, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; Op de omstandigheid van het tweede lid heeft gedaagde geen beroep gedaan). Gedaagde heeft dus met haar aanvankelijke standpunt dat zij ‘niet met een buitencontractuele partij kan dealen’ te kort door de bocht gestuurd. Pas door deze procedure is zij met eiseres om de tafel gaan zitten om te bezien of een contractuele relatie met haar aangegaan kon worden. Eiseres heeft daarvan uiteindelijk dus afgezien, maar het primaire standpunt van gedaagde c.q. haar houding ten opzichte van eiseres is van invloed geweest op haar keuze te procederen.
DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
Compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting 2 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.