Civiel recht overig

verzoek ex artikel 1:26 BW - afgewezen

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 29 september 2015

Zaakgegevens

Op 29 september 2015 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
29 september 2015
Datum publicatie
5 oktober 2015
Zaaknummer
EJ. nr. 518 van 2015
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2015:373
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verzoek ex artikel 1:26 BW - afgewezen

Uitspraak

Beschikking van 29 september 2015

Behorend bij EJ. nr. 518 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op verzoek van:

[moeder] ,

wonende in Aruba, [adres],

VERZOEKSTER, hierna: de moeder,

procederend in persoon.

Belanghebbenden:

[minderjarige], de minderjarige,

wonende in Aruba,

[vader],

wonende in de Dominicaanse Republiek.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift met producties, ingediend op 12 mei 2015;

  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 18 augustus 2015, waaruit blijkt dat verzoekster in persoon is verschenen. De vader, is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is terstond gedaan.

2 DE FEITEN

2.1

Uit de moeder is op [datum] 2002 in de Dominicaanse Republiek geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is erkend door [vader] (hierna: vader).

2.2

De moeder was van [datum] 1994 tot [datum] 2011 gehuwd met [de man].

2.3

Er heeft geen ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap ten aanzien van de minderjarige plaatsgevonden zijdens [vader].

2.4

Op 27 september 2014 heeft [vader] ten overstaan van de notaris [notaris] in de Dominicaanse Republiek bij notariële akte verklaard dat hij de voorlopige voogdij (guarda provisional) over de minderjarige aan de moeder toekent.

2.5

De minderjarige verblijft sinds 4 december 2010 in Aruba. De minderjarige heeft geen verblijfstitel.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot erkenning van voornoemde notariële akte d.d. 27 september 2014.

4 DE BEOORDELING

4.1

Op grond van artikel 1:26 BW kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.

4.2

De overgelegde akte is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent “voogdij of gezag” ten aanzien van minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mw. mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 29 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.