Civiel recht overig
Civiel - EJ - kinderalimentatie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 17 november 2015
ECLI:NL:OGEAA:2015:508 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 17 november 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2015-508
Zaakgegevens
Op 17 november 2015 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 17 november 2015
- Datum publicatie
- 26 november 2015
- Zaaknummer
- EJ. nr. 1348 van 2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2015:508
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel - EJ - kinderalimentatie
Uitspraak
0Beschikking van 17 november 2015
Behorend bij EJ. nr. 1348 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen:
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd,
en
[de vader],
wonende in Aruba,
VERWEERDER, hierna te noemen: de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2],
de minderjarigen,
[de moeder], de moeder.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift, ingediend op 22 juni 2015;
-
de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 6 oktober 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vertegenwoordiger van de Voogdijraad en de moeder in persoon. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is nader bepaald op heden.
2 DE FEITEN
Uit de moeder is op [datum] 2004 in Nederland geboren [minderjarige 1] en op [datum] 2006 in Nederland geboren [minderjarige 2] (hierna: de minderjarigen). De minderjarigen zijn op 15 juli 2004 en 2 oktober 2006 door de vader erkend.
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot het betalen van een bijdrage van Afl. 400,- per kind per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, ingaande 1 juli 2015. Daartoe is gesteld dat hij voldoende inkomen uit arbeid geniet.
4 DE BEOORDELING
Ouders zijn wettelijk verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kinderen.
In het onderhavige geval is onweersproken gesteld dat de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige sub 1 Afl. 918,74 en van de minderjarige sub 2 Afl. 873,33 bedragen.
De man heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid zich te verweren.
Gelet op het vorenstaande en op het ontbreken van enig verweer, zal het gerecht het verzoek toewijzen en de man veroordelen tot betaling van een maandelijkse bijdrage van 400,- per kind ingaande 1 augustus 2015 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
veroordeelt [de vader] om met ingang van 1 augustus 2015, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling, aan de Voogdijraad te betalen een bedrag van Afl. 400,- per kind per maand als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [datum] 2014 in Nederland en [minderjarige 2], geboren op [datum] 2006 in Nederland,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders verzochte af.
Aldus gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 17 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.