Civiel recht overig
Huur/ incasso huurpenningen.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 24 februari 2016
ECLI:NL:OGEAA:2016:134 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 24 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2016-134
Zaakgegevens
Op 24 februari 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 24 februari 2016
- Datum publicatie
- 1 maart 2016
- Zaaknummer
- B.B. 810 van 2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2016:134
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huur/ incasso huurpenningen.
Uitspraak
Vonnis van 24 februari 2016
Behorend bij B.B. 810 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
X,
te Aruba,
hierna ook te noemen: X,
gemachtigde: de advocaat mr. J.E. Thijsen,
tegen:
Y,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Y,
procederende in persoon.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte uitlating producties.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2 DE VASTSTAANDE FEITEN
Y heeft van X een woning gehuurd. Volgens de van de overeenkomst opgemaakte akte werd de huur voor de periode van 1 jaar, van 1 oktober 2014 tot 1 oktober 2015, gesloten.
Y heeft de woning vóór 1 oktober 2015 verlaten.
3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
X vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Y tot betaling van Afl. 9.085,, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van Y tot vergoeding van de proceskosten.
X grondt de vordering erop dat Y toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting en zij daardoor schade heeft geleden.
Y voert hiertegen verweer.
4 DE BEOORDELING
Volgens Y is zij hooguit Afl. 1.600, schuldig en moet dat worden verrekend met borgsom ad Afl. 5.000,. Y vordert in deze zaak vergoeding van Afl. 128,13 aan kosten. Bij conclusie van dupliek vordert Y (daarenboven) betaling van Afl. 3.400,.
Noch de raadsman van X noch de griffier heeft kennelijk opgemerkt dat Y hiermee een vordering in reconventie heeft ingesteld. Dat Y daarin niet duidelijker is geweest zal het gerecht haar niet aanrekenen nu Y in persoon procedeert.
Gegeven de samenhang tussen de conventie en de reconventie neemt het gerecht aan dat de gewisselde stukken als in beide procedures genomen kunnen worden beschouwd. Niettemin wil het gerecht aan X de gelegenheid bieden zich uit te laten over de vraag of haar akte uitlating producties op de rolzitting van 13 januari 2016 ook kan worden beschouwd als conclusie van dupliek in reconventie dan wel X alsnog een conclusie van dupliek in reconventie wil nemen in welk geval X daartoe op die rol meteen in staat wordt gesteld.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
5 DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
verwijst de zaak naar de rol van 23 maart 2016 voor akte uitlating dan wel conclusie van dupliek in reconventie zijden X:
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 24 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.