Civiel recht overig

Civiel, betwist hoogte schulvordering.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 20 april 2016

Zaakgegevens

Op 20 april 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
20 april 2016
Datum publicatie
3 mei 2016
Zaaknummer
ARBB 2676 van 2015
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2016:297
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Civiel, betwist hoogte schulvordering.

Uitspraak

Vonnis van 20 april 2016

Behorend bij ARBB 2676 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

SERVICIO DI TELECOMUNICACION DI ARUBA (SETAR) N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres,

gemachtigde: advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,

tegen:

Gedaagde,

wonende te Aruba,

gedaagde,

procederend in de persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de comparitie van partijen d.d. 22 februari 2016, gelast bij tussenvonnis van 3 februari 2016.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Eiseres vordert – na vermindering van eis - veroordeling van gedaagde tot betaling van Afl. 2.919,25, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2011, kosten rechtens. De vordering is gebaseerd op onbetaald gebleven facturen voor geleverde telecommunicatiediensten. Gedaagde is in verzuim gebleven deze volledig te betalen.

Gedaagde erkent niet volledig voldaan te hebben aan zijn betalingsplicht, maar betwist, bij gebreke aan informatie zijdens Setar, dat het zo veel is.

3 DE BEOORDELING

Tijdens gemelde comparitie van partijen is eiseres verschenen, doch gedaagde, hoewel goed opgeroepen, niet. Ter comparitie heeft Setar een geactualiseerd overzicht overgelegd van de betalingsachterstand en heeft aldaar aangegeven haar vordering tot dat bedrag te willen verlagen. Nu een lager bedrag wordt gevorderd en gedaagde niet aanwezig was, moet worden geoordeeld dat het thans gevorderde bedrag als verder onvoldoende feitelijk betwist voor toewijzing in aanmerking komt. Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres.

4 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

Veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van Afl. 2.919,25, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2011;

Veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure tot op heden begroot op Afl. 100,-- aan griffierecht, Afl. nihil aan verschotten en Afl. 800,-- aan salaris gemachtigde;

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.