Civiel recht overig
Civiel. Geldvordering. Hoofdsom reeds voldaan. Veroordeling tot betaling van de proceskosten.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 13 december 2017
ECLI:NL:OGEAA:2017:986 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 13 december 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2017-986
Zaakgegevens
Op 13 december 2017 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 13 december 2017
- Datum publicatie
- 19 december 2017
- Zaaknummer
- A.R. 1537 van 2016 / AUA201600807
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2017:986
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel. Geldvordering. Hoofdsom reeds voldaan. Veroordeling tot betaling van de proceskosten.
Uitspraak
Vonnis van 13 december 2017
Behorend bij A.R. 1537 van 2016 / AUA201600807
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ADVOCATENKANTOOR MR. A.J. SWAEN N.V.,
te Aruba,
eisers, hierna ook te noemen: Swaen,
gemachtigde: de advocaten mrs. A.J. Swaen en D.M. Passchier,
tegen:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
te Aruba,
gedaagde, hierna ook te noemen: Land Aruba,
gemachtigde: mr. C.P. Wever,
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 september 2017;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 1 november 2017.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2 HET GESCHIL EN DE BEOORDELING
Eiseres vordert betaling van Afl. 39.519,50 vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Ter gelegenheid van de comparitie na antwoord heeft eiseres haar vordering verminderd met de hoofdsom ad Afl. 39.519,50, nu gedaagde de hoofdsom aan eiseres reeds heeft betaald.
De buitengerechtelijke incassokosten zijn niet betwist en worden toegewezen conform het nieuwe procesreglement (naar rato van 1,5 punt van het liquidatietarief), nu genoegzaam is gebleken dat die kosten zijn gemaakt.
Aan de orde is slechts nog de vraag of gedaagde in de kosten van de procedure veroordeeld dient te worden.
Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, nu gedaagde het bedrag dat zij aan eiseres verschuldigd is, eerst na het indienen van het verzoekschrift heeft voldaan.
Gedaagde wordt dan ook in de kosten van de procedure veroordeeld, gebaseerd op 2 punten van liquidatietarief tarief 5, zijnde Afl. 1.250,- per punt.
3 DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht
veroordeelt gedaagde tot betaling van de buitengerechtelijke kosten aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 1.875,-;
veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 750,- griffierrecht, Afl. 388,74 explootkosten en Afl. 2.500,- voor salaris gemachtigde;
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 december 2017 in aanwezigheid van de griffier.