Civiel recht overig
Civiel. Nakoming. Niet voldaan aan stelplicht.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 12 december 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:763 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 12 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2018-763
Zaakgegevens
Op 12 december 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 12 december 2018
- Datum publicatie
- 2 januari 2019
- Zaaknummer
- AUA201802324
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2018:763
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel. Nakoming. Niet voldaan aan stelplicht.
Uitspraak
Vonnis van 12 december 2018
Behorend bij B.B. AUA201802324
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiser],
te Aruba,
EISER, hierna ook te noemen: eiser,
procederend in persoon,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
GEDAAGDE, hierna ook te noemen: gedaagde,
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 oktober 2018;
- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen op 14 november 2018.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2 HET GESCHIL EN DE BEOORDELING
Eiser vordert van gedaagde betaling van Afl. 4.200,- vermeerderd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Aan zijn vordering legt eiser ten grondslag dat hij dat bedrag aan gedaagde heeft geleend en dat gedaagde dit bedrag niet heeft terugbetaald. Namens gedaagde is ter zitting uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist dat gedaagde geld heeft geleend van eiser en dit niet heeft terugbetaald.
Het Gerecht overweegt als volgt. Eiser heeft zijn stelling onderbouwd met een brief waarin hij zelf verklaart een bedrag van Afl. 4.200,- te hebben geleend aan gedaagde omstreeks de periode van januari-mei 2016. Deze verklaring, gedateerd 15 maart 2018, is enkel en alleen door eiser zelf ondertekend. Het uitsluitend verwijzen naar deze door eiser zelf opgestelde en enkel door hem ondertekende verklaring is - in het licht van de gemotiveerde betwisting van gedaagde - evenwel onvoldoende om te kunnen concluderen dat gedaagde aan eiser genoemd geldbedrag dient terug te betalen. Het had op de weg van eiser gelegen om nadere feiten of omstandigheden te stellen waaruit volgt dat hij een bedrag van Afl. 4.200,- aan gedaagde heeft geleend en dat gedaagde dit bedrag niet aan eiser heeft terugbetaald. Hiervan is niet gebleken. Nu eiser aldus niet aan zijn stelplicht heeft voldaan, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.
Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van gedaagde, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 2).
3 DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt eiser in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van gedaagde worden begroot op Afl. 250,-- aan salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Verheijen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 december 2018 in aanwezigheid van de griffier.