Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 6 november 2019
ECLI:NL:OGEAA:2019:727 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 6 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2019-727
Zaakgegevens
Op 6 november 2019 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 6 november 2019
- Datum publicatie
- 14 november 2019
- Zaaknummer
- AUA201902036
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2019:727
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel. Schuldvordering.
Uitspraak
Vonnis van 6 november 2019
Behorend bij B.B. AUA201902036
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ADVOCATENPRAKTIJK ECURY & PARTNERS N.V.,
te Aruba,
EISERES,
gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch,
tegen:
[naam gedaagde],
wonende in Aruba, te [adres],
GEDAAGDE,
gemachtigde: de heer [naam gemachtigde].
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 18 september 2019;
-
de comparitie van partijen op 10 oktober 2019.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.
2 HET GESCHIL EN DE BEOORDELING
Eiseres vordert - uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van gedaagde tot betaling van Afl. 3.826,05, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 18% per jaar vanaf 7 januari 2018 en te vermeerderen met Afl. 375,- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.
Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting en zij in verband daarmee incassokosten heeft gemaakt.
Gedaagde heeft de vordering erkend, maar stelt dat hij wegens persoonlijke omstandigheden niet in staat is om zijn aflossingsverplichting na te komen.
Hoe vervelend deze situatie voor gedaagde ook is, betalingsonmacht ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichting. Vast staat dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting jegens eiseres en dat de hoofdsom zal worden toegewezen.
De door eiseres gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, nu niet gebleken is dat meer kosten zijn gemaakt dan die ter voorbereiding en instructie van de zaak. Ten aanzien van de vertragingsrente overweegt het Gerecht dat eiseres geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat bij het aangaan van de relatie een rente van 1% per maand is overeengekomen, zodat dit deel van de vordering zal worden gematigd tot de wettelijke rente.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 100,- griffierecht. Er zal geen gemachtigdensalaris worden toegekend, nu eiseres de procesvoering in eigen hand heeft gehouden.
3 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een bedrag van Afl. 3.826,05, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2018 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;
veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 100,- aan griffierecht;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 6 november 2019 in aanwezigheid van de griffier.