Civiel recht overig

Civiel. Tussenvonnis. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 7 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2020 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
7 oktober 2020
Datum publicatie
23 oktober 2020
Zaaknummer
AUA201901812
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2020:412
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Civiel. Tussenvonnis. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]Vonnis van 7 oktober 2020

Behorend bij AUA201901812

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[eiseres]

wonend in Aruba,

eiseres, hierna te noemen: de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. O.L. Sjiem Fat,

tegen:

[gedaagde],

wonend in Aruba,

gedaagde, hierna te noemen: de man,

gemachtigde: de advocaat mr. A. de Bie.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek met producties;

- de conclusie van dupliek.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen zijn op 5 december 1992 in algehele goederengemeenschap gehuwd.

2.2

Bij beschikking van 1 december 2004, A.R. nr. 3049 van 2004, is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 4 januari 2005 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.3

Partijen hebben zijn nadien opnieuw een affectieve relatie met elkaar aangegaan.

2.4

Bij akte van levering, ten overstaan van notaris mr. R.E. Yarzagaray op 19 oktober 2011 verleden, hebben partijen gezamenlijk het recht van erfpacht op het perceel [adres] te Aruba en de daarop gelegen woning geleverd gekregen (hierna: de woning).

2.5

Op 19 oktober 2011 is tussen partijen en [bank] een overeenkomst tot hypothecaire geldlening gesloten voor een bedrag van Afl. 177.000,-. Daarbij is overeengekomen dat een hypotheek zal worden gevestigd op het recht van erfpacht op de woning.

2.6

Partijen hebben gezamenlijk de auto [auto], bouwjaar 2011, (hierna: de auto) gekocht, gefinancierd met een autolening bij [bank].

2.7

Op 12 juni 2014 hebben partijen hun auto- en hypotheekleningen bij [bank] geherstructureerd. Daarbij is voormelde hypotheekovereenkomst gewijzigd.

2.8

Met ingang van oktober 2016 heeft de vrouw gedurende een periode van acht maanden alleen in de woning gewoond en de hypotheekkosten voldaan.

2.9

Sinds omstreeks april/mei 2017 woont de man in de woning.

2.10

Volgens een taxatierapport van ing. C.V. Bikker MRE van 18 april 2019 bedraagt de vrije marktwaarde van de woning Afl. 333.060,-.

3 DE VORDERING EN HET VERWEER

3.1

De vrouw vordert, na wijziging van eis, het Gerecht:

1. Partijen te veroordelen tot verdeling van de voorgeschreven goederen behorende tot de gemeenschap, waarin de vrouw en de man deelgenoten zijn;

2. Het onroerend goed gelegen te [adres] te Aruba toe te delen voor 50% van de marktwaarde van de woning aan de man;

3. De man te veroordelen aan de vrouw een bedrag van Afl. 170.000,- te betalen wegens overbedeling, vermeerderd met de wettelijke rente;

4. De verdeling van de gemeenschap te bevelen ten overstaan van notaris Johnson of diens plaatsvervanger;

5. Een notaris te benoemen, ten overstaan van wie de werkzaamheden der verdeling zullen plaatsvinden;

6. Een door de notaris of diens plaatsvervanger aan te wijzen medewerker tot onzijdig persoon als bedoel in artikel 3:181 BWA;

7. De man te veroordelen in de kosten van de procedure aan de zijde van de vrouw;

8. E.e.a. voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad.

3.2

Aan deze vordering legt de vrouw samengevat het volgende ten grondslag. Aan partijen behoren de woning en de auto gezamenlijk toe. De man woont sinds april/mei 2017 alleen in de woning en gebruikt sindsdien ook alleen de auto. Deze dienen dan ook aan hem toebedeeld te worden, waarna de man de vrouw wegens overbedeling dient te betalen.

3.3

De man voert hiertegen verweer. De man verzet zich tegen de – na wijziging van eis – gevorderde betaling wegens overbedeling. Daartoe voert hij aan dat bij die vordering geen rekening is gehouden met de hypotheekschuld. Indien bedoeld is dat uit wordt gegaan van verdeling van de netto-opbrengst, is dit eerst aan de orde, nadat de woning verkocht is en de hypotheekschuld is voldaan. Verder betwist de man de getaxeerde waarde van de woning.

4 DE BEOORDELING

4.1

Uit de vordering van de vrouw kan worden afgeleid dat zij de woning niet toebedeeld wenst te krijgen. Aanvankelijk vorderde zij het Gerecht te bepalen dat de woning verkocht wordt, waarna de netto-opbrengst tussen partijen verdeeld wordt. Zoals hiervoor vermeld, strekt de vordering na eiswijziging tot toebedeling van de woning aan de man, met veroordeling van de man tot het betalen van een bedrag uit overbedeling aan de vrouw. De man heeft te kennen gegeven in beginsel de woning toebedeeld te willen krijgen. Daartoe heeft hij, naar gesteld, de vrouw een aanbod gedaan en gesprekken gevoerd met Aruba Bank. Uit de stukken is niet gebleken dat dit tot een concreet aanbod dan wel resultaat heeft geleid. Overigens heeft de man bij repliek te kennen gegeven dat hij het gedane voorstel thans niet meer gestand kan doen, omdat hij zijn inkomen heeft verloren. Verder heeft de man de in voormeld rapport van 18 april 2019 getaxeerde vrije marktwaarde van de woning betwist, maar daar geen ander rapport tegenover gesteld. Uit de stukken is voorts niet af te leiden wie de hypotheeklasten voldoet en wat de huidige hypotheekschuld is.

4.2

Artikel 3:185, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat voor zover de deelgenoten en zij wier medewerking vereist is, over een verdeling niet tot overeenstemming kunnen komen – zoals tussen partijen het geval is – de rechter op vordering van de meest gerede partij de wijze van verdeling gelast of zelf de verdeling vaststelt, rekening houdende naar billijkheid met zowel de belangen van partijen als met het algemeen belang. Mogelijke wijzen van verdeling zijn geregeld in lid 2. Zo nodig kan de rechter bepalen dat degene die overbedeeld wordt, de overwaarde geheel of ten dele in termijnen mag voldoen (lid 3). Is een verzoek om verdeling gedaan, dan is de rechter bij de vaststelling niet gebonden aan wat door partijen over en weer als wijze van verdeling gesteld wordt. Bij het vaststellen van de peildatum voor de waarde van de tot de gemeenschap behorende goederen geldt als hoofdregel de waarde ten tijde van de feitelijke verdeling.

4.3

Gegeven voormelde kaders en het hiervoor onder 4.1 overwogene in aanmerking genomen, kan het Gerecht thans niet beoordelen of het mogelijk is tot een verdeling te komen, waarbij de man de woning toebedeeld krijgt. Om te beoordelen of aldus tot een redelijke verdeling kan worden gekomen, heeft het Gerecht behoefte aan nadere inlichtingen. Daarbij gaat het om inlichtingen over de mogelijkheden van de man om de hypotheek op de woning over te nemen, dan wel uit te breiden ter vergoeding van een eventuele overbedeling van de vrouw, en over de financiële situatie van de man, althans dat inzicht wordt verschaft in welk bedrag de man maandelijks in redelijkheid kan missen.

Ook heeft het Gerecht een opgave van de hypothecaire schuld op de datum van dit vonnis nodig, door de meest gerede partij over te leggen. Partijen dienen zich ook uit te laten over de huidige waarde van de woning. Het Gerecht acht het daarnaast zinvol om met partijen te bespreken of een minnelijke regeling van het geschil mogelijk is. Om deze redenen zal hierna een comparitie gelast worden, waarop partijen in persoon moeten komen. Voorafgaand aan de comparitie of ter comparitie kunnen partijen de benodigde inlichtingen verschaffen.

4.4

De partij die is verhinderd om op de hierna te bepalen datum en tijdstip ter zitting te verschijnen, dient binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis per brief de rechter om uitstel te verzoeken. Bij het verzoek om uitstel moeten ook de verhinderdata worden opgegeven van alle partijen en hun gemachtigden gedurende de drie komende maanden. Indien niet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis om uitstel is verzocht, zal nog slechts uitstel worden verleend in geval van overmacht. In dat geval dient de partij die wegens overmacht is verhinderd te verschijnen, onmiddellijk na het intreden daarvan per brief de rechter gemotiveerd om uitstel te verzoeken.

4.5

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit Gerecht:

5.1

gelast een verschijning van partijen voor het geven van inlichtingen en/of treffen van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. M.E.B. de Haseth, rechter, op

dinsdag 17 november 2020 om 15.00 uur in het in Aruba te J.G. Emanstraat nr. 51 gelegen gerechtsgebouw;

5.2

bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn, desgewenst met gemachtigden;

5.3

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 oktober 2020 in aanwezigheid van de griffier.