Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 9 februari 2022
ECLI:NL:OGEAA:2022:17 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 9 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2022-17
Zaakgegevens
Op 9 februari 2022 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 9 februari 2022
- Datum publicatie
- 21 februari 2022
- Zaaknummer
- AUA202101422
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2022:17
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Civiel. Schuldvordering
Uitspraak
Vonnis van 9 februari 2022
Behorend bij A.R. nr. AUA202101422
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,
gevestigd in Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: IFA,
gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,
tegen:
[GEDAAGDE],
wonende in Aruba, te [adres],
gedaagde,
hierna ook te noemen: [Gedaagde],
procederend in persoon.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure tot 10 november 2021 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op maandag 6 december 2021. Partijen zijn ter zitting verschenen, IFA bij mr. A.E. Barrios occuperende voor haar gemachtigde en [gedaagde] in persoon. Zij hebben over en weer het woord gevoerd, IFA mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaar stellingen.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2 HET GESCHIL
IFA vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt:
a. om aan IFA te betalen Afl. 9.006,--, te vermeerderen met wettelijke rente per jaar vanaf 15 februari 2012 tot de dag der algehele voldoening, waarbij na iedere betaling na 15 februari 2012 slechts nog rente verschuldigd is over de dan resterende hoofdsom, te vermeerderen met de overeengekomen boeterente van 5% over elke niet betaalde termijn dan wel over het niet betaalde deel daarvan indien een vervallen termijn of een gedeelte daarvan niet wordt betaald binnen 15 dagen na de vervaldatum van die afzonderlijke termijn, en voorts te vermeerderen met Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
b. in de proceskosten, waaronder begrepen die van het beslag.
Gedaagde] voert verweer.
Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.
3 DE VERDERE BEOORDELING
Het Gerecht volhardt bij zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.
Uit rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis volgt dat de vordering van IFA in hoofdsom en haar nevenvorderingen ter zake van wettelijke rente en overeengekomen boete zullen worden toegewezen.
De vordering van IFA ter zake van vergoeding voor kosten van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zal worden afgewezen, nu niet uit verificatoire stukken is gebleken dat IFA te dezen meer werkzaamheden heeft verricht dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft.
Gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van IFA (waaronder begrepen die van het ten laste van [gedaagde] op 26 april 2021 gelegde conservatoire derdenbeslag), tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,- aan griffierechten, (222,88 + 198,93 + 270,20 + 222,88 =) Afl. 913,69 aan explootkosten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten, tarief 3 ad Afl. 500,-- per punt).
4 DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
-veroordeelt [gedaagde] om aan IFA te betalen Afl. 9.006,--, te vermeerderen met wettelijke rente per jaar vanaf 15 februari 2012 tot de dag der algehele voldoening, waarbij na iedere betaling na 15 februari 2012 slechts nog rente verschuldigd is over de dan resterende hoofdsom, te vermeerderen met de overeengekomen boeterente van 5% over elke niet betaalde termijn dan wel over het niet betaalde deel daarvan indien een vervallen termijn of een gedeelte daarvan niet wordt betaald binnen 15 dagen na de vervaldatum van die afzonderlijke termijn;
-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van IFA tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.863,69;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders door IFA verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 februari 2022 in aanwezigheid van de griffier.