Civiel recht overig
Schuldvordering afgewezen. Vrijwaringszaak.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 11 januari 2023
ECLI:NL:OGEAA:2023:172 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 11 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2023-172
Zaakgegevens
Op 11 januari 2023 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 11 januari 2023
- Datum publicatie
- 24 augustus 2023
- Zaaknummer
- AUA201900530 en AUA2019100007
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2023:172
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Schuldvordering afgewezen. Vrijwaringszaak.
Uitspraak
Vonnis van 11 januari 2023 (bij vervroeging)
Behorend bij A.R. nrs. AUA201900530 en AUA2019I00007
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de hoofdzaak van:
de vennootschap naar Nederlands recht Rabohypotheekbank N.V.,
domicilie kiezend te Aruba,
eiseres,
hierna: Rabo,
gemachtigde: mr. M.L.J.J.P. Willems,
tegen:
[GEDAAGDE],
wonend te Aruba,
gedaagde,
hierna: [Gedaagde],
gemachtigde: mr. J.M.R.F. Scheper,
en in de vrijwaringszaak van:
[EISERES IN VRIJWARING],
wonend te Aruba,
eiseres in vrijwaring,
hierna: [Gedaagde, eiseres in vrijwaring],
gemachtigde: mr. J.M.R.F. Scheper,
tegen:
[GEDAAGDE IN VRIJWARING],
wonend te Aruba,
gedaagde in vrijwaring,
hierna: [Gedaagde in vrijwaring],
gemachtigde: mr. D. Illes.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedures in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak blijkt uit:
in de hoofdzaak
- het tussenvonnis van 18 mei 2022;
- de akte houdende uitlating bewijs van Rabo;
- de antwoordakte van [gedaagde];
in de vrijwaringszaak
- het tussenvonnis van 18 mei 2022.
Vonnis in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak is bij vervroeging bepaald op vandaag.
2 DE VERDERE BEOORDELING
in de hoofdzaak
Het gerecht handhaaft hetgeen het heeft overwogen en beslist in het tussenvonnis. Bij dit vonnis is Rabo toegelaten te bewijzen dat [gedaagde] de sommatiebrief van 9 maart 2016 heeft ontvangen. Dat kon door het horen van getuigen en/of het in het geding brengen van schriftelijk bewijs. Rabo heeft van geen van die mogelijkheden gebruik gemaakt. Zij heeft geen getuigen doen horen en geen schriftelijk bewijs in het geding gebracht. In plaats daarvan stelt Rabo in haar akte, althans zo begrijpt het gerecht, dat voorshands moet worden aangenomen dat de sommatiebrief van 9 maart 2016 [gedaagde] heeft bereikt en de vordering van Rabo voor toewijzing gereed ligt. Daarmee heropent Rabo het debat, kennelijk omdat zij het niet eens is met de beslissing in het tussenvonnis, maar dat is een gepasseerd station. De stellingen van partijen zijn al aan bod geweest in de conclusiewisseling. Het gerecht gaat daarom aan de stellingen van Rabo in haar akte voorbij.
Het gerecht heeft in het tussenvonnis overwogen dat niet kan worden uitgesloten dat de brief [gedaagde] niet heeft bereikt. Het gaat er om dat met een redelijke mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de brief door [gedaagde] is ontvangen. De bewijslast daarvan rust op Rabo. Rabo heeft, hoewel zij daartoe wel was toegelaten, dat bewijs niet geleverd. Het gerecht gaat er daarom vanuit dat de sommatiebrief van 9 maart 2016 [gedaagde] niet heeft bereikt, hetgeen meebrengt dat de verjaring van de vordering van Rabo op [gedaagde] niet is gestuit en de vordering is verjaard.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering van Rabo zal worden afgewezen.
Als de in het ongelijk gestelde partij moet Rabo de proceskosten van [gedaagde] vergoeden.
In het vonnis in het incident is de beslissing over de proceskosten aangehouden totdat in de hoofdzaak is beslist. Het gerecht ziet aanleiding de proceskosten in het incident te compenseren, zoals in de beslissing bepaald.
in de vrijwaringszaak
Nu de vordering in de hoofdzaak zal worden afgewezen, is gegeven dat de vordering in de vrijwaringzaak ook zal worden afgewezen.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiseres in vrijwaring] de proceskosten van [gedaagde in vrijwaring] moeten vergoeden. Het gerecht begrijpt de stellingen van [eiseres in vrijwaring] zo, dat [gedaagde in vrijwaring] en zij de schuld aan Rabo ieder voor de helft moeten dragen. Bij de bepaling van het belang van de zaak gaat het gerecht daarom uit van de helft van het belang in de hoofdzaak.
3 DE BESLISSING
Het gerecht:
in de hoofdzaak
wijst de vordering af;
veroordeelt Rabo in de proceskosten aan de kant van [gedaagde] begroot op Afl. 5.000,-- ( 2,5 punten, tarief 7) aan salaris gemachtigde;
compenseert de proceskosten in het incident aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de vrijwaringszaak
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiseres in vrijwaring] in de proceskosten aan de kant van [gedaagde in vrijwaring] begroot op Afl. 3.000,-- (2 punten, tarief 6) aan salaris gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 11 januari 2023 in aanwezigheid van de griffier.