Civiel recht overig

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 11 april 2023

Zaakgegevens

Op 11 april 2023 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
11 april 2023
Datum publicatie
20 juli 2023
Zaaknummer
AUA202204575
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2023:81
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

EJ. Ondertoezichtstelling.

Uitspraak

Beschikking van 11 april 2023

behorend bij AUA202204575 EJ

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

DE VOOGDIJRAAD,

kantoorhoudend in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd door zijn secretaris [naam secretaris].

met betrekking tot de minderjarigen:

[Naam minderjarige 1] geboren op [geboortedatum] in Aruba,

[Naam minderjarige 2] geboren op [geboortedatum] in Aruba,

Belanghebbenden:

[Naam belanghebbende], de moeder,

[Naam voorgestelde gezinsvoogd], de voorgestelde gezinsvoogd.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift, ingediend op 12 december 2022,

  • de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 28 februari 2023, in aanwezigheid van de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, [naam raadonderzoeker] en de voorgestelde gezinsvoogd. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Uit de relatie tussen de vader [naam vader] en de moeder zijn [naam minderjarige 1] en [naam minderjarige 2] geboren. De vader heeft de minderjarigen erkend. De moeder oefent het gezag over de minderjarigen alleen uit.

2.2

Bij beschikking van dit gerecht van 7 januari 2020 (AUA201903665) is de moeder uit het ouderlijk gezag geschorst zolang zij in de Dominicaanse Republiek ter behandeling is opgenomen in een rehabilitatiecentrum.

2.3

Bij beschikkingen van dit gerecht van 9 oktober 2018 (AUA201801906), 4 juni 2019 (AUA201901505), 22 september 2020 (AUA202001803) en 22 maart 2022 (AUA202103249) heeft het gerecht de minderjarigen telkens onder toezicht gesteld voor de duur van zes maanden, een jaar en laatstelijk negen maanden.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarigen voor de periode van zes maanden met benoeming van [naam voorgestelde gezinsvoogd] als gezinsvoogdes.

4 DE BEOORDELING

4.1

Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd.

4.2

Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en overweegt daartoe als volgt.

Uit het rapport van de Voogdijraad kan worden vastgesteld dat het van essentieel belang is dat moeder de nodige hulp krijgt in verband met haar drank- en drugsproblematiek, omdat zij anders niet zelfstandig voor haar kinderen zou kunnen zorgen. Weliswaar hebben er verbeteringen plaatsgevonden in de situatie van de moeder, zo is zij alweer enige tijd aan het werk en inmiddels verder aan het solliciteren, maar een behandeling voor haar verslavingen heeft zij nog niet opgepakt. Onder deze omstandigheden zullen de minderjarigen in geval van terugplaatsing bij de moeder met de zedelijke of lichamelijke ondergang worden bedreigd.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

stelt [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in Aruba en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in Aruba, onder toezicht voor de duur van zes maanden ingaande heden,

benoemt [naam voorgestelde gezinsvoogd] tot gezinsvoogdes,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven op 11 april 2023 door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.