Civiel recht overig

Huurcommissiezaak. Beroep ongegrond. De beschikking van de Huurcommissie wordt bevestigd.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 december 2025

Zaakgegevens

Op 2 december 2025 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
2 december 2025
Datum publicatie
27 mei 2026
Zaaknummer
AUA202501521 EJ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2025:386
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huurcommissiezaak. Beroep ongegrond. De beschikking van de Huurcommissie wordt bevestigd.

Uitspraak

Beschikking van 2 december 2025

Behorend bij AUA202501521 EJ

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Appellant],

te Aruba,

appellant,

hierna ook te noemen: [appellant],

procederend in persoon,

tegen:

[Geïntimeerde] ,

te Aruba,

geïntimeerde,

hierna ook te noemen: [geïntimeerd],

gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R.’G. Faarup.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingediend op 21 mei 2025;

- de contramemorie, ingediend op 9 september 2025;

- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 7 oktober 2025.

1.2

Partijen zijn in persoon ter zitting verschenen, samen met hun respectieve gemachtigden. Zij hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaar stellingen.

1.3

Beschikking is nader bepaald op heden.

2 HET BEROEP

2.1

Bij beschikking van de Huurcommissie van 11 april 2025, met kenmerk HOP/2025/023 (hierna: de beschikking), heeft de Huurcommissie op verzoek van [geïntimeerd] kort gezegd op grond van huurbetalingsachterstand toestemming aan haar verleend om de huur van de in Aruba te [adres] gelegen aan [geïntimeerd] toebehorende woning (hierna: het gehuurde of de woning) op te zeggen aan de huurder daarvan, te weten [appellant]. Daarbij heeft de Huurcommissie tevens het bij partijen genoegzaam bekende bevel gegeven aan [appellant] tot ontruiming van het gehuurde.

2.2 [

Geïntimeerd] heeft bij schrijven van 23 april 2025 op grond van de beschikking de huur van de woning per 30 juni 2025 opgezegd aan [appellant].

2.3 [

Appellant] heeft op 21 mei 2025 beroep ingesteld tegen de beschikking bij de griffie van dit Gerecht. [Appellant] verzoekt het Gerecht (naar het Gerecht begrijpt) de beschikking te vernietigen met veroordeling van [geïntimeerd] in de kosten van deze procedure.

2.4 [

Geïntimeerd] voert verweer en concludeert (zo het Gerecht begrijpt) tot ongegrondverklaring van het beroep van [appellant] en tot bevestiging van de beschikking, met veroordeling van [appellant] in de kosten van deze procedure.

2.5

Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Het Gerecht stelt voorop vast dat [appellant] binnen de daartoe gestelde wettelijke termijn beroep tegen de beschikking heeft ingesteld. [Appellant] is daarom ontvankelijk in zijn beroep.

3.2

Vast staat dat [geïntimeerd] krachtens en in overeenstemming met de beschikking de huurovereenkomst met [appellant] heeft opgezegd en gebleken is dat [appellant] het gehuurde per 1 oktober 2025 heeft verlaten. Dat brengt mee dat [appellant] geen belang meer heeft bij zijn beroep dat strekt tot vernietiging van de beschikking. Gevolg daarvan is dat het beroep van [appellant] ongegrond zal worden verklaard, de beschikking zal worden bevestigd en dat alle overige stellingen van partijen onbesproken kunnen blijven.

3.4 [

Appellant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerd], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van het liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,- per punt).

4. DE BESLISSING

Het Gerecht:

-verklaart het beroep van [appellant] ongegrond en bevestigt de beschikking van de Huurcommissie van 11 april 2025, met kenmerk HOP/2025/023;

-veroordeelt [appellant] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerd], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 2 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.