Civiel recht overig
kortgeding, ontbinding opdrachtovereenkomst, voorlopige weging bewijs
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 september 2015
ECLI:NL:OGEAA:2015:301 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 2 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-ogeaa-2015-301
Zaakgegevens
Op 2 september 2015 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 2 september 2015
- Datum publicatie
- 14 september 2015
- Zaaknummer
- K.G. 1357 van 2015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2015:301
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
kortgeding, ontbinding opdrachtovereenkomst, voorlopige weging bewijs
Uitspraak
Vonnis in kort geding van 2 september 2015
Behorend bij K.G. 1357 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
A,
te Aruba,
hierna ook te noemen: A,
gemachtigde: de advocaat mr. E. Duijneveld,
tegen:
de naamloze vennootschap
COMPANIA DI BUS ARUBANO N.V. h.o.d.n. Arubus,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Arubus,
gemachtigde: de advocaat mr. E.R. Zeppenfeldt.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de pleitnota van A;
- de pleitnota van Arubus;
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 19 augustus 2015.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.
2 DE VASTSTAANDE FEITEN
Partijen hebben een in een akte neergelegde overeenkomst van 13 december 2012 getekend die, voor zover van belang, luidt:
In aanmerking nemende
- dat de werknemer [A] in dienst was van de werkgever [Arubus];
- dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen;
- dat partijen in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst de navolgende overeenkomst zijn aangegaan;
Komen als volgt overeen:
1. Arubus zal aan de werknemer een autobus te beschikking stellen (…)
2. De werknemer zal met de autobus (…) voor eigen rekening en risico een busdienst exploiteren, echter slechts op de routes en tijden voorgeschreven door Arubus.
Bij brief van 7 augustus 2014 is door Arubus aan A meegedeeld:
A ser constata cu dia 7 di augustus 2014 pa aproximadamente 13:50 ora bo persona a drenta parkeerplaats di Aeropuerto Reina Beatrix transportando turista Venezolano.
E accion aki ta un violation di articulo 2 di e acuerdo existente entre bo persona cu Arubus N.V.
Den caso di repeticion y/of cualkier otro violacion no lo exclui cu e contract entre bo persona cu Arubus N.V. lo wordo desolvi immediatamente.
Bij brief van 31 oktober 2014 schreef Arubus aan A:
Dia 7 augustus 2014, despues cu bo a wordo atrapa ta transporta turista pa aeropuerto I dus corriendo pafor di bo ruta, bo a risibi un notification cu esaki ta un violacion di bo contracto cu Arubus N.V. Na mes moment bo a wordo notifica cu ripiticion di e violacion aki lo por conduci na terminacion di bo contracto cu Arubus N.V.
Awe bo a wordo atrapa transportando turista na Rockeveller straat dilanti di Evolution Motors I dus una bes mas corriendo pafo di bo ruta.
Pa medio di e carta aki mi ta informa bo cu bo a wordo adverti ariba 7 augustus 2014 cu esaki ta un violacion di bo contrato cu Arubus N.V.
3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
A vordert uitvoerbaar bij voorraad – kort gezegd – veroordeling van Arubus tot nakoming van de overeenkomst van 13 december 2012, met veroordeling van Arubus tot vergoeding van de proceskosten.
A grondt de vordering erop dat Arubus geen reden had om de overeenkomst te ontbinden.
Arubus voert hiertegen verweer.
4 DE BEOORDELING
Aan de orde is of in kort geding voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter in voorkomend geval zal oordelen dat geen goede reden bestond de overeenkomst te ontbinden. Daarbij speelt een rol dat in een bodemgeschil de stelplicht en bewijslast van de ontbindingsgrond op Arubus zal komen te rusten.
Tussen partijen is niet in geschil dat A de bus voor privé doeleinden mocht gebruiken. A betoogt dat dat ook op 7 augustus en 31 oktober 2014 het geval was en onderbouwt dat betoog door overlegging van schriftelijke verklaringen van [naam] en [naam]. De strekking van die verklaringen is, dat de desbetreffende personen kennissen zijn van A en hij, zonder tegenprestatie, met hen op 31 oktober 2014 rondreed en met de desbetreffende kennissen de winkel van Evolution Motors werd bezocht om auto-onderdelen te kopen. Met betrekking tot de gebeurtenissen op 7 augustus 2014 wijst A erop dat ook deze passagiers kennissen van hem zijn en hij hen naar het vliegveld heeft gereden, hij de bus op de betaalde parkeerplaats heeft geparkeerd en met zijn kennissen naar de vertrekhal is gegaan. Anders dan de verwachting zou zijn bij een illegale taxirit, heeft hij zijn passagiers dus niet bij de gratis ‘kiss & ride’ strook van het vliegveld afgezet om daarna meteen door te rijden.
Tegenover bovenstaande omstandigheden staat, dat in de oorspronkelijke handgeschreven verklaringen de naam A later ingevuld lijkt te zijn, hetgeen de stelling ondergraaft dat de A bij wijze van vriendendienst kennissen heeft vervoerd, aangezien van vrienden verwacht mag worden dat zij de achternaam van hun vriend kennen. Verder verklaart de heer [naam] dat de heer [naam], directeur van Arubus, op 7 augustus 2014 met hem het parkeerterrein van de luchthaven opreed en gezien werd dat toeristen uit de bus van A stapten. De heer [naam] heeft toen gevraagd of de passagiers familieleden van A waren hetgeen zij ontkenden. Ten slotte verklaart de heer [naam], dat hij ook op 31 oktober 2014 passagiers in de bus heeft aangesproken en zij hem toen verklaarden toeristen en geen familieleden van A te zijn en dat A hun taxichauffeur was.
Het voorgaande tegen elkaar afwegende is de kort geding rechter van oordeel dat onvoldoende zeker is dat Arubus in de bodemprocedure aan haar bewijslast zal kunnen voldoen. De omstandigheid dat de passagiers geen familieleden van A zijn is niet relevant. Ook de omstandigheid dat zij toeristen op Aruba waren is niet relevant. Dat sluit immers niet uit, dat A hen heeft vervoerd bij wijze van (onbetaalde) vriendendienst hetgeen de overeenkomst niet verbiedt. Dat A de bus heeft gebruikt als – kort gezegd – ‘taxi piratia’ is dus onvoldoende aannemelijk geworden. Daarbij komt dat A voor zijn (gezins)inkomen geheel afhankelijk is van inkomsten die onder de overeenkomst kunnen worden gegenereerd. Dat A op korte termijn een relevante alternatieve bron van inkomsten kan aanboren is onvoldoende gebleken. Dat belang weegt in kort geding, gegeven de overige omstandigheden, zwaarder dan het belang van Arubus om ervan uit te gaan dat de overeenkomst rechtsgeldig door haar is ontbonden.
Aangezien de overige door Arubus gestelde tekortkomingen niet aan de ontbinding ten grondslag zijn gelegd en niet is gesteld, dat de overeenkomst op die gronden nadien alsnog is of zal worden ontbonden blijft de bespreking daarvan achterwege.
Arubus zal als de in het ongelijk te stellen partij tot proceskostenvergoeding worden veroordeeld. Het exploot van betekening van het verzoekschrift bevindt zich niet in het dossier zodat de kosten daarvan pro memorie zijn.
5 DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
veroordeelt Arubus tot nakoming van de overeenkomst van 13 december 2012, met voldoening van achterstallige betalingen vanaf november 2014, totdat in een bodemprocedure over het geschil zal zijn beslist;
veroordeelt Arubus in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van A worden begroot op Afl. 450, aan griffierecht, Afl. p.m. aan explootkosten en Afl. 1.500, aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.