Civiel recht overig

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Kort geding · Civiel recht overig

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 29 juni 2016

Zaakgegevens

Op 29 juni 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
29 juni 2016
Datum publicatie
18 juli 2016
Zaaknummer
K.G. no. 999 van 2016
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2016:447
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

kort geding zaak

Uitspraak

Vonnis van 29 juni 2016

Behorend bij K.G. no. 999 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het kort geding tussen:

de vennootschap naar buitenlands recht

BOULDIN & LAWSON LLC,

gevestigd te Verenigde Staten van Noord-Amerika,

eiseres, hierna ook te noemen: Bouldin,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

HET LAND ARUBA,

zetelende te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: het Land,

gemachtigde: de advocaat mr. G.M. Sjiem Fat.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift ingediend op 9 mei 2016;

  • de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 15 juni 2016.

Aan partijen is medegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Bij vonnis van 10 februari 2016 behorend bij A.R. 1041 van 2011 is HJC Engineering N.V. (hierna: HJC) veroordeelt tot afgifte van de Performance Certificate binnen 3 dagen na betekening van het vonnis op verbeurte van een dwangsom.

2.2

HJC heeft op 19 februari 2016 de Performance Certificate afgegeven.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Bouldin vordert - uitvoerbaar bij voorraad - het Land te veroordelen tot betaling aan Bouldin van het bedrag Afl. 1.825.269,51 vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag Afl. 1.486.724,10 ingaande 1 maart 2016 tot de datum van betaling, met veroordeling van het Land in de kosten van deze procedure.

3.2

Het Land refereert zich aan het oordeel van het gerecht.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht ziet ambtshalve geen grond voor afwijzing van de vordering.

4.2

Het Land zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Bouldin, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.000,-.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- veroordeelt het Land om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Bouldin te betalen een bedrag van Afl. 1.825.269,51 vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag Afl. 1.486.724,10 ingaande 1 maart 2016 tot de datum van betaling;

- veroordeelt het Land in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Bouldin tot op heden begroot op Afl. 1.000,-;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.