Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Kort geding · Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 7 maart 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:127 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 7 maart 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-ogeaa-2018-127
Zaakgegevens
Op 7 maart 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 7 maart 2018
- Datum publicatie
- 20 maart 2018
- Zaaknummer
- AUA2018000163 KG
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2018:127
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
KG. Civiel. Ontruiming.
Uitspraak
Vonnis van 7 maart 2018
Behorend bij AUA2018000163 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in kort geding van:
de vennootschap naar vreemd recht
SALINA PROPERTIES LLC,
gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika, voor deze zaak gedomicilieerd ten kantore van haar hierna genoemde in Aruba gevestigde advocaat,
eiseres,
hierna ook te noemen: Salina,
gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie,
tegen:
[gedaagde],
wonende in Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: voorheen de advocaat mr. G. de Hoogd, thans procederend in persoon.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 16 februari 2018.
Salina is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door de heer [naam de heer]. [gedaagde] die in deze procedure is verschenen bij zijn inmiddels gedesisteerde gemachtigde, is niet ter zitting verschenen. Salina heeft het woord gevoerd en gepersisteerd bij haar vorderingen en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Salina heeft ook nog een pleitnota overgelegd (voorzien van tijdig (nog voor het desisteren van voornoemde gemachtigde) toegestuurde producties, die met haar goedkeuring als voorgedragen heeft te gelden.
Vonnis is bepaald op heden.
2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Salina vordert dat het Gerecht - zo het begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
a. [gedaagde] beveelt de in Aruba te [adres] gelegen woning te ontruimen en te verlaten met alle zich daarop of aldaar van zijnentwege bevindende goederen, en de woning in de staat zoals die was voor de totstandkoming van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst ter vrije beschikking te stellen van Salina, en bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van Salina een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- voor elke dag of deel daarvan dat hij dat ontruimingsbevel niet nakomt met een maximum van Afl. 250.000,--, met machtiging aan Salina om bij gebreke van ontruiming de woning te doen ontruimen met behulp van de sterke arm;
b. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;
c. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten;
d. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over de kostenveroordeling gerekend vanaf 14 dagen na het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
[gedaagde] is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, ook niet schriftelijk.
3 DE BEOORDELING
Het spoedeisend belang van Salina bij de door haar verzochte ontruiming ligt besloten in de aard van dat verzoek en de daaraan ten gronde gelegde stellingen.
De gevorderde ontruiming is, nu deze niet door [gedaagde] is weersproken en het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, toewijsbaar in na te noemen zin, met dien verstande dat [gedaagde] een termijn van 14 dagen na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] zal worden gegund om de woning te ontruimen. Gesteld noch gebleken is dat het voor [gedaagde] onmogelijk is om het gehuurde binnen die termijn te ontruimen.
Bij vorenstaande wordt nog overwogen dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder, die met dit vonnis in de hand zo nodig uit de voeten kan. De verzochte machtiging om bij gebreke van ontruiming de woning te doen ontruimen zal daarom worden afgewezen.
Dwangsommen zullen gemaximeerd aan [gedaagde] worden opgelegd, omdat ook die dwangsommen voldoende prikkel doen uitgaan naar [gedaagde] tot nakoming van dit vonnis.
[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten gevallen aan de zijde van Salina, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- +237,77 =) Afl. 687,77 aan griffierechten en oproepkosten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf veertien dagen na de betekening aan [gedaagde] van dit vonnis.
4 DE BESLISSING
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
- beveelt [gedaagde] de in Aruba te [adres] gelegen woning binnen veertien dagen na de betekening aan [gedaagde] van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin of aldaar van zijnentwege bevindende goederen, en die woning in de staat zoals die was ten tijde van de totstandkoming van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst ter vrije beschikking te stellen van Salina;
- bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van Salina een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- voor elke dag of deel daarvan dat hij voormeld ontruimingsbevel niet nakomt, en bepaalt voorts dat [gedaagde] te dezen niet meer dan Afl. 100.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Salina, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 687,77 aan griffierechten en oproepkosten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf veertien dagen na de betekening aan [gedaagde] van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 7 maart 2018.