Civiel recht overig

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Kort geding · Civiel recht overig

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 30 mei 2018

Zaakgegevens

Op 30 mei 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
30 mei 2018
Datum publicatie
6 juni 2018
Zaaknummer
K.G. AUAU2018001178
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2018:343
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

kort geding, ontruiming

Uitspraak

Vonnis van 30 mei 2018

Behorend bij K.G. AUAU2018001178.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

FUNDACION CAS PA COMUNIDAD ARUBANO,

gevestigd te Aruba,

EISERES, hierna ook te noemen: FCCA,

gemachtigde: mr. W.G.T.M. Kloes,

tegen:

[GEDAAGDE],

zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in Aruba of elders thans gedetineerd in [land],

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 2 mei 2018;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op

17 mei 2018.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

[gedaagde] huurt een woning gelegen te [adres] in Aruba tegen een huurprijs van Afl. 820,- per maand.

2.2

In artikel 6 lid 4 van de huurovereenkomst is bepaald:

“Deze overeenkomst eindigt van rechtswege op de laatste dag van de maand volgende op die:

4. Op de dag van het overlijden van huurder en bij vestiging in het buiteland.”

2.3

[gedaagde] heeft de gehuurde woning verlaten en staat thans uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Aruba.

2.4

Er is sprake van een huurachterstand van Afl. 6.467,67.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

FCCA vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te bevelen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning gelegen te [adres] te ontruimen met alle personen en goederen daarin bevindende en met overgave van de sleutels ter vrije beschikking van FCCA te stellen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2

[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het spoedeisend belang van FCCA bij haar vorderingen ligt besloten in de aard van die vorderingen.

4.2

Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, dient met een redelijke mate van zekerheid aangenomen te kunnen worden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat deze - of een vergelijkbare - vordering zal slagen. Bij deze beoordeling kan dus slechts een voorlopig oordeel worden gegeven en die beoordeling moet geschieden op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en aannemelijk is gemaakt.

4.3

Vast staat dat [gedaagde] haar verplichting tot bewoning van de woning en haar betalingsverplichting niet nakomt. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn de zoon en dochter van [gedaagde] verschenen. Hoewel zij niet beschikten over een schriftelijke volmacht hebben zij namens hun moeder het woord gevoerd. Zij verklaarden dat [gedaagde] momenteel in [land] gedetineerd is en dat zij de dochter heeft verzocht om op haar woning te passen. De dochter bevestigde dat zij thans in de woning woont met haar kinderen, maar dat zij geen huur betaalt.

4.4

Wat hier verder ook van zij, de dochter heeft geen toestemming van FCCA om de woning langer dan 6 maanden te bewonen. Nu onduidelijk is wanneer [gedaagde] terug kan keren in haar woning, FCCA illegale bewoning niet kan gedogen en de achterstand inmiddels meer dan drie maanden bedraagt, acht het gerecht toewijzing van de gevorderde ontruiming gerechtvaardigd

4.5

Afweging van de belangen van partijen maakt al het vorenstaande niet anders.

4.6

[gedaagde] wordt in de kosten van de procedure veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

beveelt [gedaagde] de woning gelegen te [adres], binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, te ontruimen met alle personen en goederen en met overgave van de sleutels ter vrije beschikking van FCCA te stellen;

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van FCCA tot op heden begroot op Afl. 450,- griffierecht, Afl. 460,58 explootkosten en Afl. 1.000,- salaris gemachtigde;

5.3

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.