Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Kort geding · Civiel recht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 24 januari 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:50 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 24 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-ogeaa-2018-50
Zaakgegevens
Op 24 januari 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 24 januari 2018
- Datum publicatie
- 14 februari 2018
- Zaaknummer
- K.G. 2062 van 2017 / AUA201702477
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2018:50
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort Geding. Ontruiming.
Uitspraak
Vonnis in kort geding van 24 januari 2018
Behorend bij K.G. 2062 van 2017 / AUA201702477
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
de stichting
FUNDACION CAS PA COMUNIDAD ARUBANO,
te Aruba,
hierna ook te noemen: FCCA,
gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde],
procederend in persoon.
DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- de akte zijdens FCCA, ingediend op 11 oktober 2017;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 13 oktober 2017;
- de mededeling ter (rol)zitting van 29 november 2017 dat partijen niet tot een regeling zijn gekomen.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.
2 DE VASTSTAANDE FEITEN
xGedaagde] huurt van FCCA woonruimten te [adres].
Op grond van de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden is [Gedaagde] verplicht het gehuurde zelf te bewonen.
Sinds medio 2017 heeft [Gedaagde] het gehuurde niet meer zelf in gebruik. Dat hangt samen met de omstandigheid dat [Gedaagde] in de woning bang is geworden.
3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
FCCA vordert – kort gezegd – ontruiming van het gehuurde, met veroordeling van [Gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.
FCCA grondt de vordering erop dat [Gedaagde] tekortschiet in de nakoming van de hierboven genoemde verbintenissen.
[Gedaagde] voert hiertegen verweer.
4 DE BEOORDELING
De voorzieningenrechter neemt van [Gedaagde] aan dat zij bang is om met haar vier kinderen in de woning te verblijven. Dat betekent echter niet dat zij zich niet aan de verplichting om het gehuurde zelf te gebruiken hoeft te houden.
Dat [Gedaagde] graag een andere woning van FCCA wil huren is begrijpelijk maar ook dat bekent niet dat zij de gehuurde woning niet hoeft te bewonen en een rechtens te respecteren belang heeft om de huurovereenkomst voort te zetten in de hoop of de verwachting dat FCCA een andere woning aan haar kan verhuren. Overigens heeft FCCA toegezegd daarover met [Gedaagde] in overleg te treden maar kennelijk heeft dat niks opgelost.
FCCA wil de woning ter beschikking stellen aan (andere) woningzoekenden die nu op de wachtlijst staan. Daarbij heeft zij, gezien haar doelomschrijving, voldoende belang. Voldoende aannemelijk is ook dat FCCA daarbij spoedeisend belang heeft. De vordering
zal daarom worden toegewezen. Gegeven de omstandigheid dat [Gedaagde] niet in de woning woont kan worden volstaan met een korte ontruimingstermijn.
Als de in het ongelijk te stellen partij zal [Gedaagde] de proceskosten van FCCA moeten vergoeden.
5 DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
veroordeelt [Gedaagde] om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde [adres] te ontruimen met alle personen en goederen die zich daarin bevinden;
veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van FCCA worden begroot op Afl. 450, aan griffierecht, Afl. 238,05 aan explootkosten en Afl. 1.500, aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 24 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier.