Civiel recht overig
Kort Geding. Verstek. Achterstallige huurpenningen.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 28 november 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:740 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 28 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-ogeaa-2018-740
Zaakgegevens
Op 28 november 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 28 november 2018
- Datum publicatie
- 27 december 2018
- Zaaknummer
- AUA201802854
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2018:740
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort Geding. Verstek. Achterstallige huurpenningen.
Uitspraak
Vonnis van 28 november 2018
Behorend bij K.G. nr. AUA201802854
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VERSTEKVONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
1 [Eiser 1],
eiser sub 1,
en
2. [Eiser 2],
eiseres sub 2,
beiden wonende in Aruba,
hierna ook te noemen: eisers,
gemachtigde: de advocaat mr. W.J. Noordhuizen,
tegen:
[Gedaagde],
wonende in Aruba,
hierna ook te noemen: gedaagde,
niet verschenen.
1 DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 12 september 2018;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 26 oktober 2018, waaruit blijkt dat alleen eisers bij hun gemachtigde zijn verschenen. Gedaagde is weder opgeroepen nu hij niet correct is opgeroepen;
- de akte eiswijziging, ingediend op 26 oktober 2018;
- de faxbrief met producties van eisers, ingediend op 14 november 2018;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 15 november 2018, waaruit blijkt dat alleen eisers bij hun gemachtigde zijn verschenen. Gedaagde is, ondanks behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Tegen gedaagde is verstek verleend.
Vonnis in kort geding is bepaald op heden.
2 DE VASTSTAANDE FEITEN
Op grond van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst huurt gedaagde van eisers met ingang van 24 november 2016 een woning gelegen te [perceel] (hierna: de woning). De huurprijs bedraagt Afl. 2.000,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
In artikel 10 van de huurovereenkomst staat:
“Huurder is verplicht het gehuurde bij het eindigen van de huur in goede staat van onderhoud terug te geven, bij gebreken waarvan het nodige vervangen moet worden verzorgt verhuurder dit op kosten van huurder en zal deze kosten verrekenen met de borg. Al het aan of bij het gehuurde gebouwde wordt bij het beëindigen van de huurovereenkomst van rechtswege eigendom van de verhuurder. De door huurder aangebrachte wijzigingen in het gehuurde en het aan- of bijgebouwde moeten ter keuze van verhuurder of bij het einde van de huur in goede staat zonder vergoeding, aan verhuurder worden overgegeven, of zij moeten worden verwijderd, in welk geval het gehuurde voor het einde van de huur in de oorspronkelijke toestand moet worden teruggebracht ten genoegen van de verhuurder.”.
Bij beschikking van de huurcommissie van 5 juli 2018, met kenmerk DHC/HOP/099/18 (hierna: de beschikking), is aan eisers toestemming verleend om de huurovereenkomst met gedaagde met betrekking tot de woning gelegen te [perceel] in Aruba op te zeggen wegens een huurachterstand met inachtneming van een opzegtermijn van een maand.
Bij brief van 23 juli 2018 van eisers is de huurovereenkomst met gedaagde opgezegd met een opzeggingstermijn van een maand per 31 augustus 2018.
3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Eisers vorderen – samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen tot betaling van Afl. 12.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede gedaagde te veroordelen tot betaling van Afl. 2.144,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en gedaagde te veroordelen tot betaling van Afl. 8.290,58, te vermeerderen met de wettelijke rente, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
Eisers gronden hun vordering erop dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverbintenissen.
Gedaagde is, ondanks deugdelijk te zijn opgeroepen, niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
4 DE BEOORDELING
De spoedeisendheid van de gevraagde voorziening volgt uit de aard van de vordering.
De vorderingen van eisers om gedaagde te veroordelen tot betaling van
Afl. 12.000,- en Afl. 2.144,- aan achterstallige huurpenningen, vermeerderd met de wettelijke rente, komen het gerecht ingevolge artikel 79 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba (hierna: Rv.) niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen.
Ten aanzien van de gevorderde opleveringskosten van Afl. 8.290,58 is het gerecht van oordeel dat deze vordering onvoldoende is onderbouwd. Uit de huurovereenkomst blijkt niet dat gedaagde bij oplevering is gehouden deze gevorderde kosten te betalen. De gevorderde kosten zien op het eerste oog op onderhoud van de woning die voor rekening van de eigenaar en niet voor rekening van gedaagde dienen te komen. Nu de gevorderde opleveringskosten ingevolge artikel 79 lid 1 Rv. ongegrond zijn, zal deze vordering worden afgewezen.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen conform het procesreglement 2018 worden toegewezen tot een bedrag van Afl. 1.500,-.
Als de in het ongelijk te stellen partij zal gedaagde de proceskosten van eisers moeten vergoeden.
5 DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van een bedrag van Afl. 12.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf de dag dat de desbetreffende huurtermijn verschuldigd werd tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van een bedrag van Afl. 2.144,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen nadat de desbetreffende betaling opeisbaar is geworden;
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.500,-.
- veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eisers worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht,
Afl. 493,10 aan oproepingskosten en Afl. 1.000,- aan gemachtigdensalaris.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Verheijen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.