Civiel recht overig

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 29 januari 2025

Zaakgegevens

Op 29 januari 2025 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
29 januari 2025
Datum publicatie
24 maart 2025
Zaaknummer
BON202400170
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEABES:2025:10
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202400170

datum uitspraak: 29 januari 2025

VONNIS

in de zaak van:

[eiseres],

eiseres,

wonend te Bonaire,

gemachtigde: mr. A.C.A. Gonzales,

tegen

1 [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

gedaagden,

beiden wonende te Bonaire,

gemachtigde: mr. A.F. van Toll.

1 Het procesverloop

1.1.

Eiseres heeft bij inleidend verzoekschrift, op 25 april 2024 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd als is vermeld in dat verzoekschrift. Van de geboden gelegenheid om een conclusie van antwoord in te dienen hebben gedaagden geen gebruik gemaakt. Aan gedaagden is akte van niet dienen van antwoord verleend op de rol.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

De vordering is toewijsbaar nu deze niet is weersproken en het gerecht deze niet als onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Voor de voorwaardelijke vordering geldt dat niet. Die is te onduidelijk en te onbepaald en zal daarom worden afgewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen het gerecht bovenmatig voor en zullen worden gematigd tot 1 ½ punt van het conform het Procesreglement toepasselijke liquidatietarief.

2.2.

Gedaagden zullen, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen, in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op USD 159,00 aan explootkosten, USD 419,00 aan griffierechten en USD 840,00 aan salaris gemachtigde (1 x tarief 6).

3 De beslissing

Het gerecht:

3.1.

veroordeelt gedaagde sub 1 en 2 hoofdelijk des dat indien en voor zover de een zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd tot betaling aan eiseres van

USD 37.095,24 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2024, tot aan de dag van algehele voldoening,

3.2.

veroordeelt gedaagde sub 1 en 2 hoofdelijk des dat indien en voor zover de een zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd tot betaling om aan eiseres te voldoen USD 1.260,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,

3.3.

veroordeelt gedaagde om de kosten van deze procedure te voldoen, aan de zijde van eiseres tot aan deze uitspraak vastgesteld op USD 1.418,00,

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en op 29 januari 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.