Civiel recht overig

Kort geding. Intrekking vordering na zitting. Proceskostenveroordeling.

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2025 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Datum publicatie
18 november 2025
Zaaknummer
BON202500472
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEABES:2025:48
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Intrekking vordering na zitting. Proceskostenveroordeling.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer : BON202500472

datum beslissing : 27 oktober 2025

VONNIS IN KORT GEDING

In de zaak van:

de besloten vennootschap BETA BONAIRE CORPORATION B.V.,

gevestigd te Bonaire,

eiseres, hierna te noemen: BBC,

gemachtigde: mr. N.B. Louisa,

tegen:

de besloten vennootschap UMBRELLA B.V.,

gevestigd te Bonaire,

gedaagde, hierna te noemen: Umbrella,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift van BBC van 12 september 2025, met producties

  • de akte wijziging van eis tevens overlegging producties

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2025. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling hebben partijen producties ingediend. Op de mondelinge behandeling zijn de bestuurders van partijen verschenen, bijgestaan door gemachtigden van partijen. De gemachtigde van BCC heeft mede aan de hand van een pleitnota het woord gevoerd. De gemachtigde van Umbrella heeft mede aan de hand van een verweerschrift het woord gevoerd. De bestuurder van BCC heeft mede het woord gevoerd aan de hand van schriftelijke aantekeningen.

1.3.

Na de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden voor minnelijk overleg.

1.4.

Nadat Umbrella het gerecht had laten weten dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt, heeft BCC haar vordering in kort geding ingetrokken, waarna Umbrella aanspraak heeft gemaakt op een proceskostenveroordeling.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Het gaat in deze zaak alleen nog om een beslissing over de kosten van het geding.

2.2.

Op grond van artikel 237 Rv wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten veroordeeld. In deze zaak ontbreekt echter een beslissing op de vordering omdat deze door BCC is ingetrokken.

2.3.

BCC heeft haar vordering ingetrokken naar aanleiding van wat tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht. Zij heeft te kennen gegeven haar vordering in een bodemprocedure te willen instellen. Op de zitting heeft de rechter als voorlopig oordeel gegeven dat het spoedeisend belang bij de vordering problematisch was. BCC zal daarom als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Umbrella worden vastgesteld op USD 559,- aan salaris van de gemachtigde. De daarover gevorderde rente zal als niet weersproken worden toegewezen.

3 De beslissing

Het gerecht, rechtdoende in kort geding:

- veroordeelt BCC in de kosten van de procedure tot op heden aan de zijde van Umbrella vastgesteld op USD 559,- aan salaris van de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en uitgesproken op 27 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.