Civiel recht overig

Voorlopige surseance van betaling ingetrokken onder gelijktijdige faillietverklaring.

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 28 april 2026

Zaakgegevens

Op 28 april 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
28 april 2026
Datum publicatie
29 april 2026
Zaaknummer
BON202600189
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEABES:2026:20
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige surseance van betaling ingetrokken onder gelijktijdige faillietverklaring.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600189

datum uitspraak: 28 april 2026

BESCHIKKING

inzake het verzoek van de bewindvoerder tot intrekking van de voorlopige surseance van betaling aan:

de besloten vennootschap

[B.V.], hierna: [B.V.],

gevestigd te Bonaire,

gemachtigde: mr. G. de Hoogd.

1 Procesverloop

1.1.

Bij beschikking van dit gerecht van 17 april 2026 is aan [B.V.] voorlopige surseance van betaling verleend, met aanstelling van mr. A. van Hooijdonk tot bewindvoerder.

1.2.

Bij op 23 april 2026 ter griffie ingediend verzoekschrift heeft de bewindvoerder verzocht de aan [B.V.] verleende surseance in te trekken onder gelijktijdige faillietverklaring van [B.V.].

1.3.

Ter zitting van vandaag is het verzoek behandeld. De bewindvoerder is verschenen. Namens [B.V.] is haar bestuurder [bestuurder] en (via videoverbinding) mr. G. de Hoogd verschenen.

2 Gronden van de beslissing

2.1.

De bewindvoerder heeft het standpunt ingenomen dat de surseance gelet op de staat van de boedel niet langer wenselijk is en dat er geen uitzicht bestaat op betaling van de schuldeisers. De bewindvoerder is bovendien gebleken dat er onvoldoende liquiditeit is om aan de lopende verplichtingen van [B.V.] te voldoen. Het bestuur van [B.V.] ondersteunt het verzoek tot faillissement.

2.2.

Het Gerecht is op grond van het voorgaande, mede gelet op het bepaalde in artikel 232 lid 1 onder 5, lid 2 en lid 4 Fw van oordeel dat de voorlopige surseance moet worden ingetrokken en moet worden omgezet in een faillissement.

2.3.

Nu het de bewindvoerder niet vrij staat om tot curator te worden benoemd, zal iemand anders tot curator worden benoemd.


3 Beslissing

Het Gerecht:

3.1.

trekt in de aan [B.V.] verleende voorlopige surseance van betaling;

3.2.

verklaart [B.V.] in staat van faillissement;

3.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. R.P.P. Hoekstra, rechter in dit Gerecht;

3.4.

stelt aan tot curator mr. R.Ch. Luttikhuizen, advocaat, kantoorhoudend te Curaçao, Nijmegenstraat 41, telefoon: + 599 9 461 1880, e-mail: luttikhuizen@al-advocaten.com.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en uitgesproken op 28 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.