Civiel recht overig
Dochter spreekt vader aan terzake saldo oud spaarbankboekje. Eindvonnis. Vordering verjaard.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 22 januari 2024
ECLI:NL:OGEAC:2024:12 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 22 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-curacao/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeac-2024-12
Zaakgegevens
Op 22 januari 2024 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 22 januari 2024
- Datum publicatie
- 31 januari 2024
- Zaaknummer
- CUR202300807
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAC:2024:12
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dochter spreekt vader aan terzake saldo oud spaarbankboekje. Eindvonnis. Vordering verjaard.
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummers: CUR202300807
Vonnis van 22 januari 2024
in de zaak van
[EISERES],
wonende in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.E. Lovert,
tegen
[GEDAAGDE],
wonende in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski.
Partijen worden hierna [dochter] en [vader] genoemd.
1. Het procesverloop
1.1. Het procesverloop blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 2 oktober 2023 en de daarin genoemde processtukken en proceshandelingen;
-
de e-mail van MCB van 1 november 2023,
-
de mondelinge behandeling van 12 december 2023 en de bij die gelegenheid in het geding gebrachte productie van [dochter].
1.2. Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De beoordeling
In het tussenvonnis van 2 oktober 2023 is MCB verzocht om een mutatieoverzicht van bankrekening […] over de periode september 1985 – maart 1988.
Bij e-mail van 1 november 2023 heeft MCB bericht dat zij, gelet op de wettelijke bewaarperiode en de verandering van banksysteem in 1993, de gevraagde informatie niet meer heeft.
Dat illustreert het probleem waarvoor een partij die na zo lange tijd in een procedure wordt betrokken, zich gesteld kan zien. Het beroep van [vader] in deze op verjaring is dan ook niet onredelijk.
In juni 2015 kreeg [dochter] naar zij stelt onverwachts een cheque van NAf 14.000 van haar vader, die zei dat hij dat geld van de gezamenlijke spaarrekening had gehaald voor de aankoop van een truck en dat hij het haar bij deze teruggaf. Toen zij om het spaarbankboekje vroeg, kreeg zij naar zij stelt alleen de eerste pagina en de laatste, met daarop het eindsaldo NAf 101,42. Op de door [dochter] overgelegde kopieën zijn de mutaties zichtbaar van 1992 tot en met 2000. Dat was een moment – dus in juni 2015 - waarop [dochter] zich redelijkerwijs moest realiseren dat de door haar beoogde pensioenvoorziening bij lange na niet op de rekening stond. In elk geval vanaf dat moment had zij haar vader daarop kunnen aanspreken, door, zo nodig in rechte, rekening en verantwoording van het door hem gevoerde beheer, dan wel nakoming van de afspraken, dan wel schadevergoeding te vorderen. En in elk geval vanaf dat moment begon ook de verjaringstermijn voor deze vorderingen te lopen. Volgens de artikelen 3:307 en 3:310 BW is die termijn vijf jaar. Dit betekent dat de vorderingen, bij gebreke van stuiting binnen die termijn, zijn verjaard en daarom moeten worden afgewezen.
Vanwege de familierelatie zullen de proceskosten tussen partijen worden verrekend, zo dat elke partij de eigen kosten draagt.