Civiel recht overig

Vervangende toestemming vakantie minderjarige.

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 7 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2024 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
7 oktober 2024
Datum publicatie
16 juni 2025
Zaaknummer
CUR202402868
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2024:231
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervangende toestemming vakantie minderjarige.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202402868

Vonnis in kort geding van 7 augustus 2024

in de zaak van

[Eiseres],
wonend in [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. A.S.M. Blonk,


tegen

[gedaagde],

wonend in [woonplaats],
gedaagde,
procederend in persoon, ter zitting met schriftelijke volmacht vertegenwoordigd door de heer [belanghebbende 1].


Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het verzoekschrift van 30 juli 2024,

  • de mondelinge behandeling van 7 augustus 2024,

1.2.

Vonnis is bepaald op uiterlijk 8 augustus 2024.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn getrouwd geweest. Uit het huwelijk is op 5 september 2019 geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige). Bij beschikking van 19 oktober 2023 heeft het gerecht de echtscheiding van het huwelijk tussen partijen uitgesproken.

2.2.

Partijen hebben het gezamenlijk gezag over de minderjarige. [eiseres] wil van 9 tot 12 augustus 2024 met de minderjarige naar Aruba. Bij e-mailbericht van 19 juli jl. heeft haar gemachtigde namens haar dit voorgesteld aan de gemachtigde van [gedaagde]. Als bijlage is het toestemmingsformulier meegestuurd.

3 De vordering en de standpunten van partijen

3.1. [

eiseres] vordert dat het gerecht bij vonnis toestemming verleent aan [eiseres] om met de minderjarige op vakantie te gaan naar Aruba van 9 tot 12 augustus 2024 en te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de van [gedaagde] benodigde toestemming, kosten rechtens.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering.

4.2.

Het gerecht overweegt in de eerste plaats dat gesteld noch gebleken is dat een driedaagse vakantie naar Aruba met zijn moeder en haar nieuwe partner strijdig is met de belangen van de minderjarige. De door het gerecht vastgestelde voorlopige omgangsregeling tussen de minderjarige en [gedaagde] wordt als gevolg daarvan bovendien niet doorkruist, reeds omdat [gedaagde] thans in het buitenland verblijft.

[gedaagde] wil zijn toestemming niet geven omdat hij bang is dat [eiseres] van de gelegenheid gebruik maakt en via Aruba naar de Verenigde Staten reist, waar haar familie woont. Aan dit bezwaar van [gedaagde] zal het gerecht voorbijgaan omdat dit niet concreet is onderbouwd en bovendien door [eiseres] gemotiveerd is weersproken.

4.3.

Omdat partijen gewezen echtelieden zijn, worden de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.4.

Het gerecht zal deze uitspraak in kort geding ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing in kort geding

Het gerecht:

5.1.

verleent toestemming aan [eiseres] om met [de minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2019, op vakantie te gaan naar Aruba van 9 tot 12 augustus 2024 en bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de van [gedaagde] benodigde toestemming;

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. M.M.M. van Leest, griffier, en in het openbaar uitgesproken.