Civiel recht overig
Opheffing 25 jaar oud beslag op perceel. Vordering verjaard. Verstek.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 23 februari 2022
ECLI:NL:OGEAC:2022:82 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 23 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-curacao/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-ogeac-2022-82
Zaakgegevens
Op 23 februari 2022 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 23 februari 2022
- Datum publicatie
- 19 april 2022
- Zaaknummer
- CUR202200527
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAC:2022:82
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opheffing 25 jaar oud beslag op perceel. Vordering verjaard. Verstek.
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202200527
Vonnis in kort geding d.d. 23 februari 2022
inzake
1 [EISER SUB 1],
2. [EISERES SUB 2],
beiden wonende in Curaçao,
eisers,
gemachtigde: mr. J.E. Lovert,
tegen
[GEDAAGDE],
wonende in Curaçao,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiser sub 1], [eisers] en [gedaagde] worden genoemd.
1 Verloop van de procedure
Eisers] hebben op 9 februari 2022 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 23 februari 2022 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij [eiser sub 1] en de gemachtigde zijn verschenen en het woord hebben gevoerd. [Gedaagde] is, hoewel hij op de juiste wijze is opgeroepen, niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op 4 november 1996 heeft [gedaagde] conservatoir beslag laten leggen op een perceel grond van [eiser sub 1], gelegen in het 2e district van Curaçao, op “Zeelandia”, groot 1.120m2, kadastraal bekend als Afdeling 5, sectie 1 S no. 35, plaatselijk bekend als […].
Op 17 februari 1997 is [eiser sub 1] bij verstek veroordeeld tot betaling aan [gedaagde] van een bedrag van NAf 15.500, te vermeerderen met wettelijke rente. Dit vonnis is niet aan [eiser sub 1] betekend. [Eiser sub 1] is na het vonnis evenmin aangesproken tot betaling.
Eisers] hebben op 29 juni 2021 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot hun woning aan de […]. Toen is hen gebleken dat er conservatoir beslag op rust.
Er is tussen (gemachtigden van) [eisers] en [gedaagde] contact geweest over het opheffen van het beslag. Dit heeft niet tot resultaat geleid.
3 Het geschil
Eisers] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
-
[gedaagde] te veroordelen om op eigen kosten en binnen vierentwintig uren na het te wijzen vonnis, dan wel binnen vierentwintig uren na betekening van het vonnis, het door [gedaagde] op het onroerend goed, plaatselijk bekend als […], op te heffen en de registratie van het beslag in de openbare registers te doen doorhalen, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare en te verbeuren boete van NAf 1.000 per dag of dagdeel dat [gedaagde] aan de door het gerecht te formuleren veroordeling geen gevolg geeft;
-
[eisers] zowel gezamenlijk als afzonderlijk te machtigen om het bewuste beslag op te heffen en de inschrijving daarvan door te halen, indien [gedaagde] daartoe niet binnen drie dagen na betekening van dit vonnis is overgegaan;
-
te bepalen dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van [gedaagde] die tot opheffing van het beslag en de doorhaling van de inschrijving daarvan gehouden is, onder veroordeling van [gedaagde] tot onmiddellijke vergoeding aan [eisers] van de kosten van opheffing en doorhaling van het beslag van NAf 675 en
-
met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.
Gedaagde] heeft geen verweer gevoerd.
4 De beoordeling
Eisers] leggen aan hun vordering tot opheffing van het beslag ten grondslag dat de vordering van [gedaagde] is verjaard. Het vonnis waarin [eiser sub 1] is veroordeeld tot betaling is bijna 25 jaar geleden uitgesproken en [eiser sub 1] is nooit aangesproken op betaling, waardoor de verjaring niet is gestuit. [gedaagde] weigert desondanks ten onrechte zijn medewerking te verlenen aan opheffing van het beslag. [eiser sub 1] hebben een spoedeisend belang bij hun vordering, omdat zij de tussen hen en een derde gesloten koopovereenkomst nu niet kunnen nakomen.
Gedaagde] heeft de vordering van [eiser sub 1] niet weersproken. De vordering zal worden toegewezen, nu deze het gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Ter zitting is besproken dat het het meest praktisch is als het gerecht het beslag opheft, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten die de doorhaling van de inschrijving van het beslag met zich brengt. Het toegewezene ligt besloten in de wijze waarop [eisers] hun vordering hebben geformuleerd.
Gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op NAf 433,14 aan explootkosten, NAf 450 aan griffierecht en NAf 1.000 aan salaris gemachtigde.
5 De beslissing
Het Gerecht:
rechtdoende in kort geding:
heft op het door [gedaagde] gelegde conservatoire beslag op het perceel grond gelegen in het 2e district van Curaçao, op “Zeelandia”, groot 1.120m2, kadastraal bekend als Afdeling 5, sectie 1 S no. 35, plaatselijk bekend als […];
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van opheffing en doorhaling van het beslag van NAf 675;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op NAf 1.883,14;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechter, en op 23 februari 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.