Civiel recht overig
Oorzaak overlast door grondwater niet duidelijk geworden. Geen bevel in kort geding om lozen op straat te…
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 27 maart 2025
ECLI:NL:OGEAC:2025:48 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 27 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-curacao/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-ogeac-2025-48
Zaakgegevens
Op 27 maart 2025 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 27 maart 2025
- Datum publicatie
- 23 april 2025
- Zaaknummer
- CUR202400767
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAC:2025:48
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Oorzaak overlast door grondwater niet duidelijk geworden. Geen bevel in kort geding om lozen op straat te stoppen. Vervolg op ECLI:NL:OGEAC:2024:182
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Vonnis in kort geding van 27 maart 2025
Zaaknummer: CUR202400767
in de zaak van
BUURTVERENIGING MAHAAI,
gevestigd in Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.J.C. Anthonio,
tegen
1 […] LLC,
gevestigd in de Verenigde Staten,
2. […],
wonend in Curaçao,
3. […],
wonend in Curaçao,
gedaagden,
gemachtigde: mr. S. Da Costa Gomez.
1 Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
-
het verzoekschrift met producties van 1 maart 2024,
-
de mondelinge behandeling van 12 april 2024,
-
het tussenvonnis van 23 oktober 2024 (verzoek aan het Land),
-
de e-mailberichten van de gemachtigden en het verzoek van de Buurtvereniging alsnog vonnis te wijzen.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De verdere beoordeling
Zoals uit het tussenvonnis blijkt, is gepoogd in dit kort geding duidelijkheid te krijgen over de oorzaak van de overlast door grondwater in de Angloweg. Een gezamenlijke bezichtiging zoals eerder ter zitting afgesproken heeft niet plaatsgevonden, en het Land heeft niet gereageerd op het vervolgens aan het Land (UOW) bij het tussenvonnis gedane verzoek om medewerking. Daarmee zijn de mogelijkheden om binnen het kader van een kort geding feitenonderzoek te doen uitgeput.
Niet uit te sluiten is dat de stelling van gedaagden juist is dat het lek niet door hen is veroorzaakt en dat de waterbron door hen niet gestelpt kan worden. Mede gelet op het feit dat gedaagden grondwater opvangen en afvoeren met een watertruck, kan de vordering van de Buurtvereniging om gedaagden te veroordelen om het lozen van water te staken daarom niet worden toegewezen.
Gelet op het verloop en de uitkomst van dit geding zullen de proceskosten worden gecompenseerd.