Civiel recht overig
Hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in tussenarrest. Wederpartij betwist niet langer dat…
Gerechtshof Amsterdam, 16 februari 2006
ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0118 · Gerechtshof Amsterdam · 16 februari 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2006-ax0118
Zaakgegevens
Op 16 februari 2006 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 februari 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 1893/04
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0118
Samenvatting
Hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in tussenarrest. Wederpartij betwist niet langer dat hypotheekakte in openbare registers is ingeschreven. (Hypotheekrecht blijft bij ruilverkaveling in stand en komt van rechtswege te rusten op de vervangende kavel; gaat voor op conservatoir beslag.)
Uitspraak
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
ZEVENDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
1. de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK SOEST BAARN EEMNES U.A.,
gevestigd te Soest, als liquidatrice van de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK EEMNES U.A. in liquidatie,
gevestigd te Eemnes,
2. de naamloze vennootschap
RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
APPELLANTEN,
VERWEERSTERS IN VOORWAARDELIJK INCIDENTEEL APPÈL,
procureur: mr. A. Van Hees,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PONTMEIJER HILVERSUM B.V.,
gevestigd te Zaandam,
GEÏNTIMEERDE,
APPELLANTE IN VOORWAARDELIJK INCIDENTEEL APPÈL,
procureur: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.
1. Het geding in hoger beroep
De partijen worden hierna (ook) Rabo (in enkelvoud) en PontMeijer genoemd.
Op 21 juli 2005 heeft het hof een arrest – het tussenarrest – in deze zaak uitgesproken, waarnaar hier wordt verwezen voor het verloop van het geding tot die dag.
Vervolgens is PontMeijer akte verleend van een schriftelijke uitlating.
Ten slotte is arrest gevraagd op de stukken van beide instanties, waarvan de inhoud als hier ingevoegd wordt beschouwd.
2. Beoordeling in het principaal en incidenteel appèl
2.1 Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenarrest, met dien verstande dat een kennelijke misslag dient te worden hersteld. Waar in rechtsoverweging 4.7 van het tussenarrest “Pontmeijer” staat, dient dit te worden vervangen door “Rabo”.
2.2 In rechtsoverweging 4.11 van het tussenarrest is PontMeijer in het kader van de behandeling van haar incidentele grief in de gelegenheid gesteld te reageren op de stukken die Rabo bij memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appèl heeft overgelegd ten bewijze van de stelling dat Rabo op 2 oktober 2001 een hypotheekrecht op het perceel heeft verkregen door inschrijving op die datum in de openbare registers van een op 1 oktober 2001 verleden hypotheekakte.
2.3 Bij akte van 27 oktober 2005 heeft PontMeijer meegedeeld niet langer te betwisten dat op 2 oktober 2001 in de openbare registers een op 1 oktober 2001 verleden hypotheekakte is ingeschreven door Rabo. De incidentele grief faalt dan ook.
Gelet hierop en mede gezien hetgeen is overwogen in 4.10 van het tussenarrest moet de conclusie zijn dat de vorderingen van PontMeijer alsnog dienen te worden afgewezen.
Voorts bestaat aanleiding PontMeijer als de in het ongelijk gestelde partij te veroordelen in de kosten van alle instanties.
4. Beslissing
Het hof:
in het principaal appèl:
vernietigt het bestreden vonnis;
opnieuw rechtdoende:
wijst de vorderingen van PontMeijer af;
in het incidenteel appèl:
verklaart het appèl ongegrond;
in het principaal en incidenteel appèl:
veroordeelt PontMeijer in de kosten van alle instanties en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de zijde van Rabo gevallen in eerste aanleg op € 985,50, in principaal appèl op op € 1.265,78 en in incidenteel appèl op € 447,00.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. L.C. Heuveling van Beek, M.C.M. van Dijk en P.C. Römer en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2006.