Civiel recht overig
Oud procesrecht. Niet-ontvankelijk. Appellant in eerste aanleg niet verschenen. Niet tijdig hoger beroep…
Gerechtshof Amsterdam, 12 oktober 2010
ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8234 · Gerechtshof Amsterdam · 12 oktober 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2010-bo8234
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2010 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.071.063/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.P.J. van der Rijt
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8234
Samenvatting
Oud procesrecht. Niet-ontvankelijk. Appellant in eerste aanleg niet verschenen. Niet tijdig hoger beroep. Indien in eerste aanleg de formaliteiten niet in acht zijn genomen, heeft verzet opengestaan. Om proceseconomische reden geen verwijzing naar rechtbank als destijds bevoegde appelrechter.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
[Appellant],
wonend te [ plaatsnaam ],
APPELLANT,
advocaat: mr. P.P.J. van der Rijt, te Bergen op Zoom,
t e g e n
de stichting
WONINGSTICHTING ROCHDALE,
gevestigd te Amsterdam,
GEÏNTIMEERDE,
niet verschenen.
1. Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 12 juli 2010 is appellant in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van
4 juni 1997, voor zover in deze zaak onder kenmerk 219318\IC EXPL 97-985 gewezen tussen geïntimeerde als eiseres en appellant als (niet-verschenen) gedaagde, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
Bij rolbeslissing van 17 augustus 2010 is appellant in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep.
Appellant heeft een akte genomen.
Arrest is bepaald op heden.
2. Ontvankelijkheid
2.1 Anders dan appellant kennelijk meent, moet de ontvankelijkheid in hoger beroep worden beoordeeld aan de hand van het recht dat gold ten tijde van het uitspreken van het vonnis waarvan beroep.
2.2 Blijkens het vonnis waarvan beroep is appellant in eerste aanleg niet verschenen, maar de medegedaagde wel. Ingevolge artikel 107 (oud) Rv wordt het vonnis waarvan beroep als een vonnis op tegenspraak beschouwd. Het hoger beroep is niet ingesteld binnen de in artikel 339 lid 1 (oud) Rv genoemde termijn.
2.3 Appellant heeft echter aangevoerd dat hij niet bekend was met het vonnis waarvan beroep en dat de inleidende dagvaarding niet aan hem is betekend. Indien dat juist is, en bij die dagvaarding de voorgeschreven formaliteiten jegens hem niet in acht zijn genomen, dan heeft voor appellant het rechtsmiddel van verzet opengestaan. Volgens vaste rechtspraak is voor omzetting van rechtsmiddelen geen plaats.
2.4 Het voorgaande brengt mee dat appellant niet kan worden ontvangen in het hoger beroep. De omstandigheid dat geïntimeerde volgens appellant misbruik maakt van procesrecht door tenuitvoerlegging van het vonnis waarvan beroep, dient zonodig aan de orde te worden gesteld in een executiegeschil, maar schept geen verruiming van de mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep of tot omzetting van een rechtsmiddel. Het hof zal om proceseconomische redenen afzien van verwijzing naar de rechtbank, als de ten tijde van de uitspraak bevoegde rechter in hoger beroep.
2.5 De kosten van het hoger beroep komen ten laste van appellant omdat hij is aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij.
3. Beslissing
Het hof:
verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
verwijst appellant in de proceskosten van het hoger beroep en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de kant van geïntimeerde gevallen, op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, R.J.M. Smit en D.J. van der Kwaak en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 12 oktober 2010.