Civiel recht overig
Procesrecht, griffierecht. Niet gerechtvaardigd om voor één verzoekschrift in hoger beroep tegen één…
Gerechtshof Amsterdam, 10 april 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2498 · Gerechtshof Amsterdam · 10 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2012-bx2498
Zaakgegevens
Op 10 april 2012 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.102.145/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2498
Samenvatting
Procesrecht, griffierecht. Niet gerechtvaardigd om voor één verzoekschrift in hoger beroep tegen één beslissing van de rechtbank maar tegen verschillende getroffen nevenvoorzieningen en ingediend door twee verzoekers bijgestaan door één advocaat tweemaal griffierecht te heffen. Het hof sluit hierbij aan bij het voorstel van de Reparatiewet Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
BESCHIKKING
op het verzet op grond van artikel 29 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) van:
1. X, en
2. Y, en
3. mr. M.M.H. VAN DE VIJVER-AECKERLIN, advocaat te Beverwijk,
verzoekers.
1. De procedure
Bij op 17 februari 2012 ter griffie ontvangen verzoekschrift zijn verzoekers in verzet gekomen tegen de hierna te noemen beslissing van de griffier van dit hof.
Het hof heeft beschikking bepaald op heden.
2. Bestreden beslissingen
Bij nota van 8 februari 2012 heeft de griffier van dit hof in de zaak met zaaknummer 200.101.522/01 een bedrag van € 291,- aan griffierecht in rekening gebracht. Dit bedrag hebben verzoekers op 10 februari 2012 voldaan.
Bij nota van 14 februari 2012 heeft de griffier van dit hof in de zaak met zaaknummer 200.101.528/01 een bedrag van € 291,- aan griffierecht in rekening gebracht. Dit bedrag hebben verzoekers op 16 februari 2012 voldaan.
3. Verzoek
Verzoekers maken er bezwaar tegen dat de griffier tweemaal griffierecht heeft geheven. Volgens verzoekers is slechts eenmaal griffierecht verschuldigd, aangezien het één beroepschrift in één en dezelfde procedure betreft. Volgens verzoekers kan het niet zo zijn dat voor elke nevenvoorziening waartegen hoger beroep wordt ingesteld apart griffierecht wordt geheven, met name niet in het geval van het vaststellen van kinderalimentatie voor een thans jongmeerderjarige die gedurende de echtscheidingsprocedure meerderjarig is geworden en daarom betrokken is in de procedure. De griffie van het hof had bovendien voor aanvang van de procedure gezegd dat een jongmeerderjarige kan mee-appelleren tegen de alimentatiebeslissing en dat daarvoor niet apart griffierecht verschuldigd zou zijn.
Het heffen van meerdere keren griffierecht is bovendien volgens verzoekers in strijd met artikel 6 EVRM en het daarin vastgelegde recht van toegang tot de rechter, aangezien een dubbele heffing van het griffierecht van € 291,- een te hoge drempel is voor justitiabelen die een laag inkomen hebben.
4. Beoordeling
4.1. Bij verzoekschrift van 25 januari 2011 heeft de ex-echtgenoot van verzoekster sub 1 de rechtbank Haarlem verzocht de echtscheiding uit te spreken en nevenvoorzieningen te treffen. Verzoekster sub 1 heeft verweer gevoerd en heeft eveneens verzocht de echtscheiding uit te spreken en nevenvoorzieningen te treffen. De ex-echtgenoot heeft daartegen verweer gevoerd. Verzoekster sub 1 en haar ex-echtgenoot hebben beiden verzocht als nevenvoorziening een alimentatie vast te stellen voor hun drie toen nog minderjarige kinderen. De procedure met betrekking tot de echtscheiding met nevenvoorzieningen is bij de rechtbank onder de zaaknummers 177952/11-263 en 180694/11-1299 geregistreerd.
De echtscheiding is uitgesproken door de rechtbank Haarlem bij beschikking van 15 november 2011. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat de vader van de kinderen aan verzoekster sub 1 € 66,- per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding zal betalen voor de twee nog minderjarige kinderen en dat hij € 66,- per maand zal voldoen als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van verzoekster sub 2, nu verzoekster sub 2 gedurende de echtscheidingsprocedure meerderjarig is geworden. Tegen deze uitspraak van de rechtbank is hoger beroep ingesteld op 3 februari 2012, welke beroepschrift bij het hof is geregistreerd betreffende de alimentatie voor de minderjarigen en de omgangsregeling onder nummer 200.101.522/01 en betreffende alimentatie voor de jongmeerderjarige onder nummer 200.101.528/01.
4.2. De vraag is of het gerechtvaardigd is dat voor één verzoekschrift in hoger beroep tegen één beslissing van de rechtbank maar tegen verschillende getroffen nevenvoorzieningen en ingediend door twee verzoeksters bijgestaan door één advocaat tweemaal griffierecht wordt geheven. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend.
Het uitgangspunt is dat voor indiening van één verzoekschrift slechts eenmaal griffierecht geheven wordt (art 3 lid 2 Wgbz). De omstandigheid dat het verzoekschrift zowel betrekking heeft op alimentatie als op omgang, maakt dus niet dat tweemaal griffierecht geheven moet worden. Ook de omstandigheid dat er twee appellanten zijn, maakt niet dat tweemaal griffierecht geheven moet worden. Artikel 15 lid 1 Wgbz komt volgens het voorstel van de Reparatiewet Wet griffierechten burgerlijke zaken (het wetsvoorstel)(gepubliceerd op www.overheid.nl voor internetconsultatie) als volgt te luiden:
Van partijen die bij dezelfde advocaat of gemachtigde verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen, wordt slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht geheven. Hetzelfde geldt voor verzoekers en belanghebbenden die bij dezelfde advocaat of gemachtigde verschijnen en gelijkluidende verzoekschriften of verweerschriften indienen.
Hoewel de tweede volzin niet in de thans geldende wet staat, moet de huidige wettekst reeds overeenkomstig die volzin worden uitgelegd. Daarom is in dit geval niet terecht tweemaal griffierecht geheven, nu verzoekster sub 1 en sub 2 één gelijkluidend verzoekschrift in hoger beroep hebben ingediend en bij dezelfde advocaat zijn verschenen.
4.3. Het verzet is reeds daarom gegrond.
5. Beslissing
Het hof:
- verklaart het verzet gegrond en gelast de griffier in de zaak met zaaknummer 200.101.528/01 de nota met nummer 1261200101528012 ad € 291,- te crediteren.
Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J.J. Los, W.J. Noordhuizen en G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 april 2012.