Civiel recht overig
Klacht tegen een notaris. Klager verwijt de notaris dat hij heeft nagelaten om een akte van verdeling inzake…
Gerechtshof Amsterdam, 23 augustus 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:3434 · Gerechtshof Amsterdam · 23 augustus 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2016-3434
Zaakgegevens
Op 23 augustus 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 augustus 2016
- Datum publicatie
- 25 augustus 2016
- Zaaknummer
- 200.178.617/01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:3434
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klacht tegen een notaris. Klager verwijt de notaris dat hij heeft nagelaten om een akte van verdeling inzake een erfenis op te maken. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bevestigt de beslissing van de kamer.
Procesgang
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:TNORDHA:2015:35Gerechtshof Amsterdam · 15 maart 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:981Gerechtshof Amsterdam · 23 augustus 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2016:3434
OngegrondverklaringGegrond of ongegrondGegrond: de rechter geeft de indiener gelijk. Ongegrond: de rechter wijst het beroep of bezwaar af.Meer uitleg
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.178.617/01 NOT
nummer eerste aanleg : 15-29
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 augustus 2016
inzake
[naam],
wonend te [plaats],
appellant,
tegen
mr. [naam],
notaris te [plaats],
geïntimeerde.
1 Het verdere geding in hoger beroep
Op 15 maart 2016 heeft het hof een tussenbeslissing (ECLI:NL:GHAMS:2016:981) (hierna: de tussenbeslissing) gegeven in deze zaak. Voor de weergave van de feiten, de standpunten van partijen en het verloop van het geding tot 15 maart 2016 verwijst het hof naar de tussenbeslissing.
Het hof heeft op 9 mei 2016 een brief - met bijlagen - van klager ontvangen.
Op 27 mei 2016 zijn van de notaris aanvullende producties ontvangen.
Vervolgens heeft het hof – in dezelfde samenstelling - de zaak behandeld ter openbare terechtzitting van 9 juni 2016. Klager en de notaris zijn verschenen; beiden hebben het woord gevoerd aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnota’s.
2 Beoordeling
Het hof blijft bij hetgeen het heeft overwogen en beslist in de tussenbeslissing.
schadevergoeding
Klager heeft op de zitting in eerste aanleg verzocht om veroordeling van de notaris tot betaling van de door klager gestelde geleden schade. Klager zal in dit verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard, nu in een tuchtprocedure als de onderhavige geen grondslag bestaat om een schadevergoeding toe te kennen.
klacht
In de kern komt de klacht van klager erop neer dat de notaris heeft nagelaten om een akte van verdeling op te maken inzake de erfenis van vader, waardoor – aldus klager – de notaris de belangen van klager heeft geschaad.
Op de zitting in hoger beroep, alsmede uit door partijen ingebrachte producties, is gebleken dat op 25 februari 2014 tussen klager en zijn zuster overeenstemming bestond over de door de notaris opgestelde berekening van de erfdelen van de nalatenschap van vader. Ter zitting van 9 juni 2016 heeft de notaris verklaard “over de cijfers bestond overeenstemming, maar niet over de uitbetaling”. De notaris had op dat moment, toen hem van de overeenstemming was gebleken, kunnen overgaan tot het opmaken van een akte van verdeling c.q. van een vaststellingsovereenkomst ten aanzien van de vordering van klager en zijn zuster op moeder op grond van de nalatenschap van vader. Dat over de uitbetaling nog onenigheid bestond, klager en zijn zus waren het niet eens over de omvang van het aan hen uit te keren geldbedrag, aangezien zij van mening verschilden over de hoogte van het bedrag dat gereserveerd moest worden in verband met de verzorging van moeder, doet hieraan niet af.
Gezien de omstandigheden, te weten het moeizaam te noemen verloop van de afwikkeling van de nalatenschap van vader en de getroebleerde verhoudingen tussen klager en zijn zus, waarmee de notaris bekend was, is het hof van oordeel dat het op de weg van de notaris had gelegen om het opmaken van een akte van verdeling c.q. vaststellingsovereenkomst inzake de erfenis van vader voortvarend op te pakken. Toen de notaris enige dagen later, te weten op 3 maart 2014, van de zuster van klager had vernomen dat zij alle verdere medewerking weigerde en zij de notaris verzocht om zijn werkzaamheden te beëindigen, was deze mogelijkheid om tot een spoedige verdeling van de nalatenschap van vader te komen niet meer aan de orde. Het feit dat de notaris in die korte tijdspanne tussen 25 februari en 3 maart 2014 niet tot het opmaken van een akte van verdeling c.q. van een vaststellingsovereenkomst is overgegaan, acht het hof echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, aangezien de notaris niet behoefde te verwachten dat de verhoudingen tussen klager en zijn zuster in zo’n betrekkelijk kort tijdsbestek opnieuw dermate ernstig verstoord zouden raken dat het opmaken van een akte van verdeling c.q. vaststellingsovereenkomst niet meer mogelijk zou zijn. Het hof acht de klacht dan ook ongegrond.
Nu het hof tot dezelfde beslissing komt als de kamer, zal het hof de beslissing van de kamer bevestigen.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
3 Beslissing
Het hof:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn verzoek om de notaris te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding;
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, F.J.P.M. Haas en A.A. van Berge en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2016 door de rolraadsheer.