Civiel recht overig
Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2019:2680.
Gerechtshof Amsterdam, 6 augustus 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2895 · Gerechtshof Amsterdam · 6 augustus 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-2895
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2019
- Datum publicatie
- 7 augustus 2019
- Zaaknummer
- 200.233.356/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.E Gerards te Zoetermeer, mr. E.M.C. van Nielen te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2895
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2019:2680.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.233.356/01
zaaknummer rechtbank Noord-Holland: 5413990 \ CV EXPL 16-8917
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 augustus 2019
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. B.E. Gerards te Zoetermeer,
t e g e n
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. E.M.C. van Nielen te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 23 juli 2019 een arrest uitgesproken. Bij e-mail van 24 juli 2019 heeft de advocaat van [appellant] het hof verzocht een kennelijke schrijffout in voormeld arrest te herstellen. Bij e-mail van 25 juli 2019 heeft de advocaat van [geïntimeerde] het hof doen weten geen opmerkingen met betrekking tot het verzoek te hebben.
2 Beoordeling
Het hof heeft in het dictum van zijn arrest van 23 juli 2019 per abuis [appellant] veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van een aantal bedragen, waar [geïntimeerde] had moeten worden veroordeeld deze bedragen aan [appellant] te betalen. Het hof zal deze kennelijke fout verbeteren.
3 Beslissing
Het hof:
verbetert het op 23 juli 2019 uitgesproken arrest aldus dat in het dictum de zin “veroordeelt [appellant] tot betaling aan [geïntimeerde] van de volgende bedragen:” wordt gewijzigd in “veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van de volgende bedragen:”
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, J.C.W. Rang en E.K. Veldhuijzen van Zanten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2019.