Civiel recht overig
herstelbeslissing van beslissing van 22 juni 2021
Gerechtshof Amsterdam, 14 september 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:2727 · Gerechtshof Amsterdam · 14 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-2727
Zaakgegevens
Op 14 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 september 2021
- Datum publicatie
- 15 september 2021
- Zaaknummer
- 200.287.820/01 en 200.288.255/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2727
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
herstelbeslissing van beslissing van 22 juni 2021
Uitspraak
herstelbeslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummers : 200.287.820/01 GDW en 200.288.255/01 GDW
herstelbeslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 14 september 2021
inzake (200.287.820/01 GDW)
[gerechtsdeurwaarder] ,
gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,
appellant,
tegen
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ DSW ZORGVERZEKERAAR,
gevestigd te Schiedam,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. D. van Tilborg, advocaat te Breda,
en inzake (200.288.255/01 GDW)
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ DSW ZORGVERZEKERAAR,
gevestigd te Schiedam,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. D. van Tilborg, advocaat te Breda,
tegen
[gerechtsdeurwaarder] ,
gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,
appellant.
Partijen worden hierna weer de gerechtsdeurwaarder en DSW genoemd.
1 Gronden en gang van zaken herstelbeslissing
In deze zaken heeft het hof op 22 juni 2021 een beslissing gegeven.
Bij fax en brief van 24 juni 2021 heeft de gerechtsdeurwaarder het hof verzocht het dictum van de beslissing van 22 juni 2021 aan te vullen c.q. te verbeteren, omdat daarin niet is vermeld dat het hof klachtonderdeel b ongegrond verklaart. Deze ongegrondverklaring blijkt wel uit het lichaam van de beslissing, aldus de gerechtsdeurwaarder.
Bij faxbericht van 19 augustus 2021 heeft gemachtigde mr. D. van Tilborg namens DSW het hof desgevraagd laten weten dat DSW ter zake het rectificatieverzoek refereert aan het oordeel van het hof.
Het hof stelt vast dat in de beslissing een kennelijke fout is gemaakt, die zich leent voor eenvoudig herstel. Dezelfde fout is ook gemaakt in andere passages van de beslissing dan het dictum. Nu geen gronden zijn gebleken waarom herstel van de beslissing van 22 juni 2021 niet zou moeten plaatsvinden, zal het hof de beslissing herstellen zoals in het dictum hierna omschreven.
Voor het overige blijft de beslissing van 22 juni 2021 geheel in stand.
2 Beslissing
Het hof:
vervangt bij wege van verbetering in de beslissing van 22 juni 2021 in rechtsoverweging 5.14. de zin:
“Hoewel het hof één klachtonderdeel minder gegrond verklaart dan de kamer heeft gedaan, ziet het geen aanleiding om ten aanzien van de op te leggen maatregel anders te oordelen dan de kamer.”
door deze zin:
“Hoewel het hof twee klachtonderdelen minder gegrond verklaart dan de kamer heeft gedaan, ziet het geen aanleiding om ten aanzien van de op te leggen maatregel anders te oordelen dan de kamer.”
en in rechtsoverweging 5.17. de zin:
“Het hof heeft namelijk één klachtonderdeel minder dan de kamer gegrond verklaard.”
door deze zin:
“Het hof heeft namelijk twee klachtonderdelen minder dan de kamer gegrond verklaard.”
herstelt het dictum in voormelde beslissing zodanig dat dit komt te luiden als volgt:
“- vernietigt de bestreden beslissing, voor zover klachtonderdelen a en b gegrond zijn verklaard;
en, opnieuw beslissende:
- verklaart klachtonderdelen a en b ongegrond;
- bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.”
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2021 door de rolraadsheer.