Civiel recht overig
Bij tussenbeschikking van 27 september 2022 is geïntimeerde toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat…
Gerechtshof Amsterdam, 26 maart 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:776 · Gerechtshof Amsterdam · 26 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2024-776
Zaakgegevens
Op 26 maart 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 maart 2024
- Datum publicatie
- 26 maart 2024
- Zaaknummer
- 200.295.604/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.H Horst te Amsterdam, onttrokken
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:776
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bij tussenbeschikking van 27 september 2022 is geïntimeerde toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat hij gemiddeld 54 uren per week werkte, althans meer dan gemiddeld zestig uren per maand en/of dat hij naast de salarisbetalingen die hij per bank van Meteora ontving, ook contante betalingen ontving. Geïntimeerde is overleden, zijn advocaat heeft zich onttrokken en er hebben zich geen erven gesteld die om schorsing van de procedure hebben gevraagd. Op grond van artikel 225 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt, wanneer geen schorsing van het geding is verzocht, de zaak op naam van de oorspronkelijke partij voortgezet.
Nu geïntimeerde niet is geslaagd in het hem opgedragen bewijs, wordt het bestreden vonnis gedeeltelijk vernietigd en wordt de vordering van appellant in zoverre toegewezen.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.295.604/01
zaaknummer rechtbank Noord-Holland: 8980221 / AO VERZ 21-8
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 26 maart 2024
inzake
1 GRIEKS RESTAURANT METEORA,
gevestigd te Oostzaan,
2. [appellant 2] ,
3. [appellante 3] ,
beiden wonende te [woonplaats 1] ,
appellanten,
advocaat: mr. M.H. Horst te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
voorheen wonende te [woonplaats 2] ,
geïntimeerde,
advocaat: onttrokken.
1 Het verdere procesverloop in hoger beroep
Appellanten 1-3 worden hierna tezamen Meteora genoemd en geïntimeerde [geïntimeerde] .
Verwezen wordt naar de tussenbeschikkingen van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2022 en 31 oktober 2023, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast kan worden beschouwd.
Bij tussenbeschikking van 31 oktober 2023 is de zaak ambtshalve peremptoir verwezen naar de rol van 14 november 2023 teneinde de erven van [geïntimeerde] gelegenheid te bieden een nieuwe advocaat te (doen) stellen. Tevens is partijen gevraagd of zij een nieuwe mondelinge behandeling wensen in verband met de vervanging van een raadsheer in de combinatie.
Bij brief van 9 november 2023 heeft de voormalige advocaat van [geïntimeerde] , mr. Van Orsouw, de ontvangst van de beschikking van 31 oktober 2023 bevestigd, herhaald dat hij zich heeft onttrokken en voorts gesteld dat hij niet bekend is met erven die de zaak zouden willen voortzetten.
Bij brief van 20 november 2023 heeft mr. Horst namens Meteora aangegeven dat Meteora geen gebruik wenst te maken van een nieuwe mondelinge behandeling.
Ter rolle van 14 november 2023 heeft zich geen nieuwe advocaat voor (de erven van) [geïntimeerde] gesteld. Op grond van artikel 225 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt, wanneer geen schorsing van het geding is verzocht, de zaak op naam van de oorspronkelijke partij voortgezet.
Vervolgens is de behandeling van de zaak gesloten en is uitspraak bepaald.
2 De verdere beoordeling
Bij tussenbeschikking van 27 september 2022 is [geïntimeerde] toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat hij gemiddeld 54 uren per week werkte, althans meer dan gemiddeld zestig uren per maand en/of dat hij naast de salarisbetalingen die hij per bank van Meteora ontving, ook contante betalingen ontving voor de door hem verrichte werkzaamheden ten behoeve van Meteora. Meteora is in het kader van de op haar als werkgever rustende verzwaarde motiveringsplicht opgedragen de namen aan te leveren van de personen die in de periode van 21 februari 2020 tot 8 oktober 2020 bij Meteora hebben gewerkt.
[geïntimeerde] is niet geslaagd in het aan het hem opgedragen bewijs. Hieruit volgt dat het bestreden vonnis in zoverre niet in stand kan blijven, en dat de vordering van Meteora in hoger beroep zal worden toegewezen. Er is geen grief gericht tegen onderdeel 6.2 van de bestreden beschikking voor zover daarin de wettelijke verhoging van 20% en de wettelijke rente is toegewezen over te laat betaald loon (na 8 oktober 2020 was immers geen loon meer betaald), zodat het hof dat onderdeel in stand zal laten.
4 Beslissing
Het hof:
I vernietigt de bestreden beschikking voor zover Meteora daarbij onder 6.2 hoofdelijk is veroordeeld om aan [geïntimeerde] te betalen het bruto equivalent van € 1.235,00 netto per maand vanaf 9 oktober 2020 tot 25 februari 2021, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
II bepaalt dat het bruto loon van [geïntimeerde] over de periode 21 februari 2020 tot 1 juli 2020 € 10,05 per uur bedroeg, en over de periode 1 juli 2020 tot en met 25 februari 2021 € 10,21 per uur, bij een gemiddelde arbeidsomvang van zestig uur per maand, en veroordeelt Meteora dit loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 20% en de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot de betaling aan [geïntimeerde] te voldoen voor zover zij dat nog niet heeft voldaan;
III veroordeelt [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen Meteora uit hoofde van de bestreden beschikking heeft voldaan;
IV bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige;
V veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Meteoria begroot op € 772,-- aan verschotten en op € 2.366,-- aan salaris en op € 178,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 92,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van deze beschikking plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na deze beschikking dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. T.S. Pieters, I.A. Haanappel-van der Burg en M.C. Bosch en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024.