Civiel recht overig
Wetsartikelen: artt. 130 lid 3 jo 353 Rv. Tussenarrest. Wijziging eis door appellante bij memorie van…
Gerechtshof Amsterdam, 28 april 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:1270 · Gerechtshof Amsterdam · 28 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-1270
Zaakgegevens
Op 28 april 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 april 2026
- Datum publicatie
- 7 mei 2026
- Zaaknummer
- 200.356.607
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.L. Nijmeijer te Roosendaal
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wetsartikelen: artt. 130 lid 3 jo 353 Rv. Tussenarrest. Wijziging eis door appellante bij memorie van grieven. Geïntimeerde is niet verschenen in het hoger beroep. Het hof stelt appellante in de gelegenheid haar gewijzigde eis alsnog te betekenen aan geïntimeerde. Geen strijd met goede procesorde.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.356.607/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/742425 / HA ZA 23-1044
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 april 2026
in de zaak van
[appellant] ,
gevestigd te [plaats] ,
appellante,
advocaat: mr. P.L. Nijmeijer te Roosendaal,
tegen
SUNPROJECTS B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
geïntimeerde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna [appellant] en Sunprojects genoemd.
1 Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 14 oktober 2024 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 11 september 2024 van de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en Sunprojects als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).
Sunprojects is in hoger beroep niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
[appellant] heeft vervolgens een memorie van grieven ingediend, met producties, en een akte houdende overlegging definitief deskundigenrapport genomen, met productie. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis voor zover daarbij haar vordering tot schadevergoeding is afgewezen en, uitvoerbaar bij voorraad, tot toewijzing van die vordering als in hoger beroep gewijzigd, met veroordeling van Sunprojects in de proceskosten van het hoger beroep, die van het deskundigenrapport daaronder begrepen.
Ten slotte is arrest gevraagd.
2 Beoordeling
[appellant] heeft bij memorie van grieven haar eis gewijzigd. Aangezien Sunprojects in hoger beroep niet is verschenen, is een wijziging van eis door [appellant] niet toelaatbaar tenzij [appellant] die wijziging van eis tijdig bij exploot kenbaar heeft gemaakt aan Sunprojects. Uit het procesdossier blijkt daarvan niet. Als gevolg daarvan is Sunprojects niet op de hoogte van de gewijzigde eis en heeft zij ook niet volledig geïnformeerd kunnen beslissen om al dan niet in hoger beroep te verschijnen. Het hof kan daarom geen uitspraak doen op de gewijzigde eis (vgl. artikel 130 lid 3 in samenhang met artikel 353 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna: Rv).
Als uitgangspunt geldt dat de rechter aan de partij die haar eis wil wijzigen alsnog gelegenheid kan bieden om de verandering of vermeerdering van eis aan de niet verschenen wederpartij te doen betekenen. De rechter kan wegens strijd met de eisen van een goede procesorde afzien van het bieden van die gelegenheid.
Aan het hof is niet gebleken dat de procedure onredelijke vertraging oploopt of dat er anderszins sprake zou zijn van strijd met de goede procesorde als het hof gelegenheid biedt om alsnog bij exploot aan Sunprojects kenbaar te maken dat de eis in hoger beroep is gewijzigd. Het hof zal daarom [appellant] in de gelegenheid stellen om met overeenkomstige toepassing van artikel 120 lid 3 Rv de memorie van grieven, de akte overlegging definitief deskundigenbericht en dit arrest bij exploot aan Sunprojects te laten betekenen en haar daarbij op te roepen in de procedure tegen de hierna te noemen roldatum. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte overlegging stukken. Daaruit moet ofwel blijken dat [appellant] de memorie van grieven en dit arrest heeft laten betekenen en daarbij Sunprojects heeft opgeroepen ofwel dat [appellant] daarvan afziet. In dat laatste geval zal het hof de vordering van [appellant] beoordelen zoals vervat in haar voornoemde, aan Sunprojects betekende, dagvaarding in hoger beroep.
3 Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 26 mei 2026 voor een akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor onder 2.3. omschreven doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.J.R. Brons, E.K. Veldhuijzen van Zanten en A.J.M. Lauvenberg en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.