Civiel recht overig

Schadevergoeding wegens gemiste stroomopbrengsten na ontbinding overeenkomst (koop en installatie…

Gerechtshof Amsterdam, 29 september 2026

Zaakgegevens

Op 29 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
29 september 2026
Zaaknummer
200.356.607/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. P.L. Nijmeijer te Breda
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2766
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Schadevergoeding wegens gemiste stroomopbrengsten na ontbinding overeenkomst (koop en installatie zonnepanelen). Deskundigenbericht. Verstek geïntimeerde.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.356.607/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/742425 / HA ZA 23-1044

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 september 2026

in de zaak van

[X] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. P.L. Nijmeijer te Breda,

tegen

SUNPROJECTS B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

geïntimeerde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna [X] en Sunprojects genoemd.

1 De zaak in het kort

Appellante vordert schadevergoeding van geïntimeerde. Vanwege niet-nakoming door geïntimeerde heeft appellante de tussen partijen gesloten overeenkomsten tot levering en installatie van zonnepanelen buitengerechtelijk ontbonden, waarna zij met een derde een overeenkomst daartoe is aangegaan. Appellante heeft als gevolg hiervan schade geleden. De rechtbank heeft een deel van de gevorderde schadevergoeding toegewezen. In dit hoger beroep wordt, na voorlopig deskundigenbericht met betrekking tot deze schadepost, ook de gevorderde schadevergoeding toegewezen die betrekking heeft op gemiste stroomopbrengsten.

2 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft op 28 april 2026 een tussenarrest gewezen waarin [X] in de gelegenheid is gesteld haar bij memorie van grieven gewijzigde eis aan Sunprojects te laten betekenen, met inbegrip van de akte overlegging definitief deskundigenbericht en het tussenarrest, en Sunprojects daarbij op te roepen in de procedure tegen de roldatum van 26 mei 2026. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dat tussenarrest.

Bij akte van 26 mei 2026 heeft [X] een oproepingsexploot overgelegd dat op 7 mei 2026 is betekend aan Sunprojects met de bijlagen zoals bepaald in voornoemd tussenarrest. Sunprojects is daarin opgeroepen te verschijnen op de voornoemde roldatum van 26 mei 2026 maar is weer niet verschenen. Arrest is vervolgens bepaald op heden.

3 Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

3.1.

[X] en Sunprojects hebben in de zomer van 2021 twee overeenkomsten (hierna: de overeenkomsten) gesloten met betrekking tot de levering en installatie door Sunprojects van zonnepanelen ten behoeve van twee bij [X] in gebruik zijnde bedrijfspanden.

3.2.

[X] heeft de overeenkomsten op 10 december 2021 buitengerechtelijk ontbonden vanwege niet-nakoming door Sunprojects.

3.3.

[X] heeft aansluitend aanspraak gemaakt op schadevergoeding. Zij heeft aanspraak gemaakt op € 73.852,56 aan meerkosten vanwege levering en installatie van zonnepanelen door een andere, duurdere partij, PV-Projecten B.V. (hierna: PV). Ook heeft zij aanspraak gemaakt op € 171.273,61 aan gemiste stroomopbrengsten over de periode vanaf de beoogde levering en installatie van de zonnepanelen door Sunprojects tot het moment waarop PV alsnog zonnepanelen heeft geleverd en geïnstalleerd. Sunprojects weigerde de schade te vergoeden, waarna [X] een procedure is gestart tegen haar.

4 Procedure bij de rechtbank

4.1.

Samengevat heeft [X] bij de rechtbank gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht te verklaren dat de overeenkomst(en) tussen partijen rechtsgeldig is c.q. zijn ontbonden, dan wel deze te ontbinden;

- Sunprojects te veroordelen tot betaling aan [X] van € 245.126,17 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 mei 2023 tot aan de dag van algehele voldoening;

- Sunprojects te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten en in de kosten van de procedure.

4.2.

Sunprojects heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van [X] met veroordeling van [X] in de proceskosten.

4.3.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis geoordeeld dat partijen overeenkomsten hebben gesloten tot levering en installatie door Sunprojects van zonnepanelen tegen een prijs van € 0,42 per Wattpiek en dat Sunprojects is tekortgeschoten in de nakoming van de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Op die grond mocht [X] de overeenkomsten ontbinden. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat [X] de overeenkomsten rechtsgeldig heeft ontbonden. Ook heeft de rechtbank Sunprojects veroordeeld tot betaling aan [X] van een schadevergoeding van € 73.852,56, met wettelijke rente vanaf 24 mei 2023, en buitengerechtelijke incassokosten en heeft zij Sunprojects tevens veroordeeld in de proceskosten. Genoemd bedrag aan schadevergoeding betrof de hogere prijs voor de alternatieve panelen geleverd door PV. De gevorderde schadevergoeding ten bedrage van

€ 171.273,61 wegens gemiste stroomopbrengsten heeft de rechtbank afgewezen omdat [X] deze onvoldoende had onderbouwd.

5 Verzoek voorlopig deskundigenbericht

5.1.

[X] heeft, na het instellen van het onderhavige hoger beroep, een verzoek voorlopig deskundigenbericht gedateerd 28 november 2024 ingediend bij het hof, dat bij beschikking van 15 juli 2025 is toegewezen. Er is vervolgens onderzoek gedaan door de gerechtelijk deskundige (Straightforward B.V.). In het voorlopig deskundigenbericht van 10 december 2025 staat bij de beantwoording van de door het hof in voormelde beschikking geformuleerde vragen onder meer het volgende vermeld:

Wat zijn de gemiste stroomopbrengsten over de periode van 1 april 2022 tot en met 30 juni 2022?

[A-straat] € 135.267,04

[B-straat] : € 54.064,95

De totale gemiste stroomopbrengsten zijn € 189.331,99

Bedragen zijn inclusief transportkosten en energiebelastingen maar exclusief BTW.

6 Het hoger beroep

6.1.

[X] concludeert, na wijziging van eis bij memorie van grieven, tot vernietiging van het

bestreden vonnis voor zover daarbij haar vordering tot schadevergoeding is afgewezen en,

opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad:

- Sunprojects te veroordelen tot betaling aan [X] van het - zo begrijpt het hof - uit het voorlopig deskundigenbericht volgende bedrag aan schade dat [X] over de periode 1 april 2022 tot en met 30 juni 2022 aan gemiste stroomopbrengsten heeft geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 mei 2023 tot aan de dag van algehele voldoening.

- Sunprojects te veroordelen in de proceskosten in het hoger beroep die van het deskundigenbericht daaronder begrepen.

6.2.

Het hof ziet geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Het geschil zal worden beoordeeld met inachtneming van de gewijzigde eis.

7 Beoordeling

De grief en het deskundigenbericht

7.1.

[X] komt met één grief op tegen het bestreden vonnis. Deze grief is gericht tegen de afwijzing van de door [X] gevorderde schadevergoeding wegens gemiste stroomopbrengsten. Ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep zal het hof bij de beoordeling van de grief betrekken wat Sunprojects in dat verband in eerste aanleg heeft aangevoerd.

7.2.

Deze grief is gegrond. Zoals hierboven vermeld, heeft [X] na het instellen van onderhavig hoger beroep, een voorlopig deskundigenbericht doen uitbrengen. In het voorlopig deskundigenbericht is op vragen van het hof door de gerechtelijk deskundige uiteengezet, zoals hiervoor vermeld onder 5.1, dat de door [X] gemiste stroomopbrengsten over de periode 1 april 2022 tot en met 30 juni 2022 € 189.331,99 exclusief btw bedragen.

7.3.

In eerste aanleg heeft Sunprojects de door [X] wegens gemiste stroomopbrengsten

gevorderde schade betwist. Zij heeft in dat verband aangevoerd dat [X] niet heeft onderbouwd hoeveel stroom [X] normaal gesproken verbruikt, hoeveel stroom [X] had kunnen opwekken met zonnepanelen van Sunprojects en welke tarieven de energieleverancier van [X] - waar [X] de gestelde misgelopen energie heeft moeten inkopen - in de betreffende periode hanteerde. Uit het voorlopig deskundigenbericht (met name pagina’s 2-7) maakt het hof op dat de deskundige deze punten heeft meegenomen bij zijn berekening van de gemiste stroomopbrengsten.

7.4.

Ook heeft Sunprojects in eerste aanleg de periode betwist waarop de vordering van [X] tot schadevergoeding wegens gemiste stroomopbrengsten zag. Voor wat betreft die periode overweegt het hof dat [X] bij de rechtbank een schadevergoeding heeft gevorderd over de periode 1 februari 2022 tot en met 4 juli 2022. In het bestreden vonnis is overwogen onder 3.5. dat de levering van de zonnepanelen diende plaats te vinden:

(…) in het laatste kwartaal van 2021 of eerste kwartaal van 2022(…) Daarmee is (…) voldoende overeenstemming over de periode van levering. Een specifieke opleverdatum is niet vereist.

[X] heeft hiertegen niet gegriefd en heeft, onder verwijzing naar die overweging, in hoger beroep haar vordering tot schadevergoeding wegens gemiste stroomopbrengsten beperkt tot de periode 1 april 2022 tot en met 30 juni 2022.

7.5.

Overeenkomstig het verzoek voorlopig deskundigenbericht van [X] en de in de beschikking door het hof geformuleerde vragen is ook de deskundige bij zijn berekening uitgegaan van de periode van 1 april 2022 tot en met 30 juni 2022. De deskundige heeft begroot welk bedrag ziet op de door [X] gemiste stroomopbrengsten over die periode.

7.6.

Gelet op de gemotiveerde en niet bestreden onderbouwing van de berekening van de gemiste stroomopbrengsten door de deskundige, heeft het hof geen reden aan de juistheid van die berekening te twijfelen. Het hof zal het bedrag van de door Sunprojects aan [X] te vergoeden schade als gevolg van gemiste stroomopbrengsten vaststellen op het door de deskundige begrote bedrag van € 189.331,99 exclusief omzetbelasting en de vordering van [X] tot dat bedrag toewijzen.

Slotoverweging, rente, bewijsaanbod en kosten

7.7.

Het hoger beroep heeft succes. De schadevergoeding zal worden toegewezen als hiervoor overwogen. De op basis van de brief van 17 mei 2023 gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen over het in deze brief genoemde, oorspronkelijk gevorderde bedrag van € 171.273,61. Over het in hoger beroep meer gevorderde bedrag van (189.331,99 – 171.273,61 =) € 18.058,38 zal wettelijke rente worden toegewezen vanaf 16 december 2025, de datum van de akte waarin dit meerdere is geconcretiseerd. Het hof ziet geen aanleiding om [X] toe te laten tot bewijslevering, omdat zij geen bewijs heeft aangeboden van voldoende concrete stellingen die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden.

Sunprojects zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep, de kosten van de deskundige daaronder begrepen, als volgt begroot:

  • Exploot dagvaarding hoger beroep € 115,22

  • Vast recht € 6.803,00

  • Kosten deskundige € 1.930,00

  • Salaris 1 punt x € 3.797,00 € 3.797,00

8 Beslissing

Het hof:

8.1.

vernietigt het bestreden vonnis voor zover daarin de vordering van [X] tot schadevergoeding als gevolg van gemiste stroomopbrengsten is afgewezen en in zoverre opnieuw rechtdoende:

8.2.

veroordeelt Sunprojects aan [X] te betalen een bedrag van € 189.331,99 exclusief omzetbelasting te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 171.273,61 vanaf 24 mei 2023 en over het bedrag van € 18.058,38 vanaf 16 december 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;

8.3.

bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;

8.4.

veroordeelt Sunprojects in de proceskosten in het hoger beroep tot op heden aan de zijde van [X] begroot op € 6.918,22 aan verschotten, € 1.930,00 aan kosten deskundige en € 3.797,00 aan salaris advocaat;

8.5.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

8.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.J.R. Brons, E.K. Veldhuijzen van Zanten en A.J.M. Lauvenberg en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.