Personen- en familierecht
Kinderalimentatie; geslaagd beroep op aanvaardbaarheidstoets.
Gerechtshof Amsterdam, 22 juli 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:3149 · Gerechtshof Amsterdam · 22 juli 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-3149
Zaakgegevens
Op 22 juli 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 juli 2014
- Datum publicatie
- 6 augustus 2014
- Zaaknummer
- 200.141.451/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. I.M Thieme te Beverwijk, mr. J.J.C. Engels te Heerhugowaard
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:3149
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kinderalimentatie; geslaagd beroep op aanvaardbaarheidstoets.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:11146Gerechtshof Amsterdam · 22 juli 2014deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2014:3149
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
Uitspraak: 22 juli 2014
Zaaknummer: 200.141.451/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/14/148944 / FA RK 13-1942
Beschikking van de meervoudige familiekamer
in de zaak in hoger beroep van:
[…],
wonende te […],
appellant,
advocaat: mr. I.M. Thieme te Beverwijk,
tegen
[…],
wonende te […],
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.J.C. Engels te Heerhugowaard.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna respectievelijk de man en de vrouw genoemd.
De man is op 6 februari 2014 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 20 november 2013 van de rechtbank Noord-Holland, met kenmerk C/14/148944 / FA RK 13-1942.
De vrouw heeft op 27 februari 2014 een verweerschrift ingediend.
De man heeft op 25 april 2014 een aanvulling op het appelschrift met producties ingediend.
De zaak is op 7 mei 2014 ter terechtzitting behandeld.
Ter terechtzitting zijn verschenen:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- mr. W.L. Sieval, advocaat te Heerhugowaard, namens de vrouw.
De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2 De feiten
Partijen hebben een relatie gehad. Uit hun relatie is geboren […] (hierna: [de minderjarige]) [in] 2011. De man heeft [de minderjarige] erkend. [de minderjarige] verblijft bij de vrouw.
Het hof heeft, voor zover hierna bedragen zijn genoemd, deze telkens afgerond, tenzij anders vermeld.
Ten aanzien van de man is het volgende gebleken.
Hij is geboren [in] 1986. Hij is alleenstaand.
Hij ontvangt een WAJONG-uitkering, die in november 2013 bruto € 1.108,- bedroeg.
Hij heeft een schulden aan Energiedirect, de gemeente Heemskerk, de Belastingdienst en Dienst Uitvoering en Onderwijs (hierna: DUO).
Ten aanzien van de vrouw is het volgende gebleken.
Zij is geboren [in] 1992. Zij vormt met [de minderjarige] een eenoudergezin.
3 Het geschil in hoger beroep
Bij de bestreden beschikking is op verzoek van de vrouw een door de man met ingang van 25 september 2013 te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] bepaald van € 140,- per maand. De man heeft in eerste aanleg geen verweer gevoerd.
De man verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, – naar het hof begrijpt – het inleidend verzoek van de vrouw af te wijzen, althans een zodanige kinderbijdrage met ingang van een zodanige datum te bepalen als het hof juist acht.
De vrouw verzoekt, onder vermindering van haar inleidende verzoek en met vernietiging van de bestreden beschikking, te bepalen dat de door de man met ingang van 25 september 2013 te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] wordt bepaald op € 25,- per maand, te verhogen met wettelijke indexering, voor het eerst op 1 januari 2014.
4 Beoordeling van het hoger beroep
Aan de orde is de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. Partijen zijn het erover eens dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, maar zijn verdeeld over de draagkracht van de man.
De man stelt dat hij geen draagkracht heeft om een kinderbijdrage te voldoen. De man ontvangt een WAJONG-uitkering en in verband met schulden is door de gemeente beslag gelegd op een deel van zijn uitkering. De man heeft een grote betalingsachterstand bij Energiedirect en hij heeft een schuld aan DUO. De man doet in dit verband een beroep op de aanvaardbaarheidstoets.
De vrouw beaamt dat het inkomen van de man te laag is om de door de rechtbank vastgestelde kinderbijdrage te voldoen. De vrouw is van mening dat de man evenwel heeft nagelaten te onderbouwen op grond waarvan hij de minimale bijdrage van € 25,- per maand niet zou kunnen voldoen.
Het hof overweegt als volgt. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is het volgende gebleken. Partijen ontvangen beiden een WAJONG-uitkering. De man heeft ter zitting onweersproken gesteld dat hij € 45,- per maand aflost op een schuld aan DUO, dat hij niet aflost op de schuld aan Energiedirect, dat hij contact heeft met [de minderjarige] en dat hij geregeld kleding voor hem koopt, dat hij waar mogelijk bijdraagt in de kosten van [de minderjarige] en dat hij autokosten heeft in verband met de omgang met [de minderjarige]. Verder blijkt uit de stukken dat er door de gemeente Heemskerk en de Belastingdienst in verband met de schulden van de man beslag is gelegd op een deel van zijn uitkering ten gevolge waarvan hij thans € 820,- netto per maand ontvangt. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat het beroep van de man op de aanvaardbaarheidstoets slaagt en dat hij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen draagkracht heeft om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] aan de vrouw te voldoen. De bestreden beschikking zal dan ook worden vernietigd en het verzoek van de vrouw zal worden afgewezen.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
5 Beslissing
Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw rechtdoende:
wijs het verzoek van de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.G. Kemmers, M. Wigleven en A.V.T. de Bie in tegenwoordigheid van mr. S.E. Harenberg als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2014.