Personen- en familierecht
Onderbewindstelling. Rechthebbende is niet verschenen bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 oktober 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6746 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-6746
Zaakgegevens
Op 20 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2026
- Datum publicatie
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.366.573/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.E. Versteeg te Zwolle
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:6746
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onderbewindstelling. Rechthebbende is niet verschenen bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft een professionele bewindvoerder benoemd. Het hof volgt de voorkeur van de rechthebbende en benoemt de zus van de rechthebbende tot bewindvoerder.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.366.573/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel 2502579)
beschikking van 20 oktober 2026
in de zaak van
[verzoeker] (de rechthebbende),
die woont in [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
advocaat: mr. H.E. Versteeg te Zwolle,
en
BB&F Salland B.V. (BB&F Salland),
die gevestigd is in Hardenberg,
verweerster in hoger beroep.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende1] (de moeder),
die woont in [woonplaats2] ,
[belanghebbende2] (zus [belanghebbende2] ),
die woont in [woonplaats3] ,
[belanghebbende3] (zus [belanghebbende3] ),
die woont in [woonplaats2] ,
[belanghebbende4] (zus [belanghebbende4] ),
die woont in [woonplaats4] ,
[belanghebbende5] (broer [belanghebbende5] ),
die volgens de Basisregistratie Personen (BRP) is geëmigreerd,
[belanghebbende6] (zus [belanghebbende6] ),
die woont in [woonplaats2] ,
[belanghebbende7] (halfbroer/-zus),
die niet staat ingeschreven in de BRP,
[belanghebbende8] (halfbroer/-zus),
die niet staat ingeschreven in de BRP,
[belanghebbende9] (halfbroer/-zus),
die niet staat ingeschreven in de BRP.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 18 december 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 13 maart 2026;
- een journaalbericht namens de rechthebbende van 31 maart 2026 met bijlagen.
De mondelinge behandeling heeft op 23 september 2026 in Zwolle plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de rechthebbende, bijgestaan door zijn advocaat;
- twee vertegenwoordigers van BB&F Salland;
- de moeder;
- zus [belanghebbende2] ;
- zus [belanghebbende6] .
3 De feiten
De rechthebbende is geboren [in] 1994. Hij heeft een indicatie voor de Wet Langdurige Zorg. Hij ontvangt een uitkering van het UWV.
BB&F Salland is de mentor van de rechthebbende.
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 7 november 2025, heeft BB&F Salland verzocht een bewind in te stellen over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende en om BB&F Salland tot bewindvoerder te benoemen.
4 De omvang van het geschil
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang, een bewind ingesteld over de goederen die de rechthebbende (zullen) toebehoren vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. De kantonrechter heeft BB&F Salland tot bewindvoerder benoemd.
De rechthebbende komt met drie grieven in hoger beroep van de bestreden beschikking. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, (zo begrijpt het hof):
- primair: het verzoek van BB&F Salland tot onderbewindstelling af te wijzen;
- subsidiair: zus [belanghebbende2] tot bewindvoerder te benoemen in plaats van BB&F Salland.
BB&F Salland heeft tijdens de mondelinge behandeling haar standpunt kenbaar gemaakt.
5 De motivering van de beslissing
Horen van de rechthebbende door de kantonrechter
Voor zover de rechthebbende bezwaren heeft aangevoerd tegen de procedure bij de kantonrechter, zoals dat hij niet is gehoord door de kantonrechter, heeft de rechthebbende geen belang bij de behandeling van de klacht(en). Immers, de rechthebbende heeft in hoger beroep de zaak ter beoordeling aan het hof voorgelegd en is in de gelegenheid gesteld zijn inhoudelijke bezwaren tegen de bestreden beschikking kenbaar te maken. Voorts strekt de procedure in hoger beroep er ook toe eventuele onvolkomenheden uit de procedure bij de kantonrechter te verbeteren.
Verzoek tot onderbewindstelling
Op grond van artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren
a. voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b. voor een bepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden.
Naar het oordeel van het hof staat vast dat de rechthebbende niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Tijdens de zitting is gebleken dat de rechthebbende een schuldenlast heeft van in totaal € 11.500,-, onder andere bij het CAK, de Belastingdienst, het CJIB, Meesterwerk (huurschuld) en de mentor. De rechthebbende laat al langere tijd zijn financiën door zijn familie beheren. Hij heeft hier mede voor gekozen omdat hij verslaafd is geweest aan drugs. De rechthebbende wil en kan op dit moment ook niet zelf zijn financiën beheren. Daarmee is de noodzaak van een onderbewindstelling gegeven.
Vervolgens is de vraag aan de orde wie tot bewindvoerder moet worden benoemd. Op grond van 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. In lid 4 van dit artikel staat dat, tenzij lid 3 is toegepast, indien de rechthebbende is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levenspartner heeft, bij voorkeur de echtgenoot, geregistreerd partner, dan wel een andere levensgezel tot bewindvoerder wordt benoemd. Is het voorgaande niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot bewindvoerder benoemd.
Bij de zitting van de kantonrechter is de rechthebbende niet verschenen. De kantonrechter was dus niet bekend met een mogelijke voorkeur van de rechthebbende. De kantonrechter heeft vervolgens, in overeenstemming met het verzoek van BB&F Salland, BB&F Salland tot bewindvoerder benoemd. In hoger beroep is gebleken dat het de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende is dat zus [belanghebbende2] tot bewindvoerder wordt benoemd. Het hof zal, conform het wettelijke uitgangspunt, de voorkeur van de rechthebbende volgen en zus [belanghebbende2] tot bewindvoerder benoemen. Zij heeft tijdens de zitting verklaard dat zij als financieel medewerker heeft gewerkt. Ook heeft zij de afgelopen jaren, met de moeder, de financiën van de rechthebbende geregeld. Het hof acht het wel zorgelijk dat er in die periode aanzienlijke schulden zijn ontstaan. Maar het grootste deel van de schulden is naar het hof begrijpt uit de gegeven toelichting ontstaan tijdens de overgang naar een andere zorgverlener voor de rechthebbende in 2024/2025. Zus [belanghebbende2] heeft daarna naar eigen zeggen betalingsregelingen getroffen voor de schulden. Het hof wijst zus [belanghebbende2] er met het oog op de uitoefening van haar taak en het afleggen van rekening en verantwoording aan de kantonrechter op dat BB&F Salland de afgelopen maanden heeft geconstateerd dat de inkomsten van de rechthebbende onvoldoende zijn om de schulden af te lossen. Zij zal dus hiervoor een oplossing moeten zoeken. Zus [belanghebbende2] heeft op de zitting verklaard dat zij zich realiseert dat het totaalbedrag aan schulden aanzienlijk is en dat zij wil toewerken naar een schuldhulpverleningstraject voor de rechthebbende.
Gelet op het voorgaande ziet het hof aanleiding om zus [belanghebbende2] de bewindvoerderstaken voor haar broer (de rechthebbende) te laten uitvoeren. Het hof merkt wel op dat zus [belanghebbende2] zich dient te realiseren dat onderdeel van haar (wettelijke) taak is dat zij is onderworpen aan toezicht door de kantonrechter en in dat kader rekening en verantwoording over de financiën moet afleggen.
Het hof zal dus in plaats van BB&F Salland zus [belanghebbende2] tot bewindvoerder benoemen. Het hof laat die benoeming ingaan per twee weken na de datum van deze beschikking, zodat BB&F Salland de tijd heeft om haar werkzaamheden af te ronden en over te dragen aan zus [belanghebbende2] .
6 De slotsom
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof als volgt beslissen.
7 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 18 december 2025, voor zover daarbij een bewind is ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende;
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 18 december 2025, voor zover daarbij BB&F Salland tot bewindvoerder is benoemd voor zover het de periode vanaf 3 november 2026 betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende:
verleent met ingang van 3 november 2026 ontslag aan BB&F Salland B.V. als bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende;
benoemt met ingang van 3 november 2026 tot bewindvoerder [belanghebbende2] (geboren [in] 1997, woonadres: [adres] , [postcode] [woonplaats3] );
bepaalt dat deze uitspraak door de griffier wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, M.A.F. Veenstra en H. Phaff, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is op 20 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.