Personen- en familierecht

artikel 1:253a BW. Verzoek vader vaststellen contactregeling afgewezen. Verzoek informatieregeling toegewezen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 20 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
20 oktober 2026
Datum publicatie
20 oktober 2026
Zaaknummer
200.365.051/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. A.G. Ton te Almere, mr. C.C.N. Cats te Emmen
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:6745
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

artikel 1:253a BW. Verzoek vader vaststellen contactregeling afgewezen. Verzoek informatieregeling toegewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.365.051/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel 315372)

beschikking van 20 oktober 2026

inzake

[verzoekster] (de vader),

die woont in België,
verzoeker in hoger beroep,

advocaat: mr. A.G. Ton te Almere,

en

[verweerster] (de moeder),

die woont op een bij het hof bekend adres,

verweerster in hoger beroep,

advocaat: mr. C.C.N. Cats te Emmen.

In zijn toetsende en/of adviserende taak is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming (de raad),

regio Overijssel, locatie Zwolle.


1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 15 oktober 2024 en 18 november 2025, uitgesproken onder zaaknummer 315372. De beschikking van 18 november 2025 zal hierna worden aangeduid als: de bestreden beschikking.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 16 februari 2026;

- een journaalbericht namens de vader van 3 april 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de vader van 23 april 2026 met bijlage(n);

- het verweerschrift;

- een journaalbericht namens de vader van 15 juni 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de vader van 17 augustus 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de moeder van 1 september 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de vader van 3 september 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de vader van 14 september 2026 met bijlage(n).

2.2.

Op 21 september 2026 is de hierna nader te noemen [de minderjarige] verschenen, die buiten aanwezigheid van partijen met de voorzitter heeft gesproken over de verzoeken van de vader. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter hiervan een samenvatting gegeven.

Tijdens het gesprek met [de minderjarige] is naar voren gekomen dat hij graag per brief op de hoogte wil worden gesteld van de uitkomst van het hoger beroep. Het hof zal [de minderjarige] daarom een brief sturen waarin hij wordt geïnformeerd over de beslissing. Een afschrift van die brief wordt als bijlage met deze beschikking meegestuurd aan de ouders en de raad.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft op 23 september 2026 in Zwolle plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Russische taal;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- een zittingsvertegenwoordiger namens de raad.

Mr. Ton heeft mede aan de hand van pleitaantekeningen het woord gevoerd.

3 De feiten

3.1.

De vader en de moeder zijn van [datum] 2001 tot [datum] 2022 met elkaar getrouwd geweest.

3.2.

Zij zijn de ouders van: [de minderjarige] (roepnaam: [de minderjarige] ), geboren [in] 2017. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder.

3.3.

De vader heeft sinds het feitelijk uiteengaan van de ouders in 2021 geen contact meer gehad met [de minderjarige] .

3.4.

Bij beschikking van 15 oktober 2024 heeft de rechtbank de raad verzocht een onderzoek in te stellen en de rechtbank te adviseren over de zorg- en contactregeling.

3.5.

De raad heeft in zijn rapport van 10 juni 2025 de rechtbank geadviseerd om geen zorg- en contactregeling vast te stellen.

4 De omvang van het geschil

4.1.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover hier van belang:

- de door de vader verzochte zorgregeling afgewezen;

- als informatieregeling vastgesteld dat de moeder de vader eenmaal per drie maanden (in de maanden januari, april, juli en oktober van ieder jaar) schriftelijk door tussenkomst van het Sociaal Wijkteam – dan wel een andere onafhankelijke instantie – informeert over de ontwikkelingen van [de minderjarige] op het gebied van (onder meer) gezondheid, schoolprestaties, vrijetijdsbesteding en sociaal leven, daaronder begrepen het toezenden van twee recente foto’s en afschriften van schoolrapporten van [de minderjarige] .

4.2.

De vader komt met twee grieven in hoger beroep van de bestreden beschikking. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

- de raad opdracht te geven zijn onderzoek opnieuw uit te voeren met daarbij de verplichting om het gesprek met [de minderjarige] aan te gaan;

- een contactregeling tussen de vader en [de minderjarige] vast te stellen die het hof juist acht;

- een informatieregeling vast te stellen waarbij de moeder de vader eenmaal per maand dient te infomeren over het wel en wee van [de minderjarige] , met inbegrip van fotomateriaal, dit via het Sociaal Wijkteam, dan wel een informatieregeling vast te stellen die het hof juist acht.

4.3.

De moeder voert verweer en vraagt het hof de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, dan wel zijn verzoeken in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen, en een beslissing te nemen over de proceskosten.

5 De motivering van de beslissing

Wettelijk kader

5.1.

Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan omvatten, voor zover hier van belang:

  • een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken, alsmede met overeenkomstige toepassing van artikel 377a, derde lid, een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben (hierna: de zorgregeling);

  • de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd (hierna: de informatieregeling).

Zorgregeling

5.2.

Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat het op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] is om contact te hebben met zijn vader. De rechtbank heeft de beslissing – samengevat – als volgt gemotiveerd. Bij [de minderjarige] en de moeder is sprake van een ernstig trauma en angst voor de vader. Het is zowel voor [de minderjarige] als zijn moeder belangrijk dat zij zich kunnen richten op hun behandeling. Een zorgregeling zou contraproductief zijn en schadelijk zijn voor de ontwikkeling van [de minderjarige] .

Het hof neemt de motivering van de rechtbank volledig over en maakt deze – na eigen onderzoek – tot de zijne. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe.

5.3.

Het hof ziet geen aanleiding om de raad opdracht te geven een aanvullend onderzoek te verrichten. De voorzitter van het hof heeft met [de minderjarige] een gesprek gehad (zie ook r.o. 2.2.). [de minderjarige] heeft duidelijk verteld dat hij geen contact wil met zijn vader en dat hij het wel goed vindt als zijn vader informatie over hem krijgt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter een samenvatting van het gesprek gegeven. De ouders en de raad hebben hierop kunnen reageren. Het hof acht zich op grond van het dossier, het gesprek met [de minderjarige] en wat tijdens de zitting besproken is, voldoende geïnformeerd om een beslissing te kunnen nemen. Het hof is van oordeel dat het niet in het belang is om een zorgregeling of een contactregeling (als opbouw naar een zorgregeling) vast te stellen. In hetgeen door de vader in hoger beroep voor het overige is aangevoerd ziet het hof geen reden om anders te beslissen.

Informatieregeling

5.4.

De ouders zijn het in hoger beroep niet eens of de moeder de vader eenmaal per maand of eenmaal per kwartaal moet informeren. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de moeder de vader eenmaal per kwartaal moet informeren. Het hof vindt de frequentie van eenmaal per kwartaal voldoende om de vader op de hoogte te kunnen houden van wat er speelt in het leven van [de minderjarige] . Wel is het hof met de vader van oordeel dat de informatie die de moeder de afgelopen maanden aan de vader heeft verstrekt, te summier is. Dit is namens de moeder tijdens de mondelinge behandeling ook erkend. Het hof gaat ervan uit dat de moeder vanaf nu meer informatie aan de vader zal geven. Als de moeder vanwege haar angst voor de vader hiertoe niet in staat is, kan zij hulp inschakelen om haar te ondersteunen bij het geven van uitgebreidere informatie aan de vader.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen. Omdat de procedure gaat over het kind van de partijen, zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 18 november 2025;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.A.F. Veenstra, P.B. Kamminga en H. Phaff, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is op 20 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.