Personen- en familierecht
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof Amsterdam, 16 januari 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:376 · Gerechtshof Amsterdam · 16 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-376
Zaakgegevens
Op 16 januari 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 januari 2014
- Datum publicatie
- 14 februari 2014
- Zaaknummer
- 200.136.575- 01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. Z Taspinar te Amsterdam, mr. R.M Boesjes te Haarlem
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:376
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ontvankelijkheid
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 16 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2014:376
Gerechtshof Amsterdam · 1 juli 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4620
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
Uitspraak: 16 januari 2014
Zaaknummer: 200.136.575/ 01
Zaaknummer eerste aanleg: C/13/529174/FA RK 12-8860
in de zaak in hoger beroep van:
[…],
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
appellant,
advocaat: mr. Z. Taspinar te Amsterdam,
tegen
[…],
wonende te […],
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.M. Boesjes te Haarlem,
1 Het geding in hoger beroep
Appellant en geïntimeerde worden hierna respectievelijk de man en de vrouw genoemd.
Ter griffie van het hof is op 4 november 2013 een verzoekschrift ingekomen, waarmee appellant in hoger beroep komt van een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 17 april 2013 met kenmerk C/13/529174/FA RK 12-8860.
Bij die beschikking is, voor zover thans van belang, de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen, aangegaan [in] 2007, uitgesproken en is bepaald dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van de uitspraak van de ontbinding huurster zal zijn van de echtelijke woning aan de [adres].
De vrouw heeft op 31 december 2013 een nader stuk ingediend.
Op 16 januari 2014 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij uitsluitend de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde is geweest, zoals in de oproep voor de zitting meegedeeld.
Zoals afgesproken bij de behandeling, heeft de vrouw het hof nog een nader stuk toegezonden op 21 januari 2014.
2 Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Ter beoordeling ligt aan het hof de vraag voor of de man tijdig in hoger beroep is gekomen van de beschikking van 17 april 2013.
Op grond van artikel 820 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een echtgenoot die in eerste aanleg niet in de procedure is verschenen, in afwijking van het bepaalde van artikel 358 lid 2 Rv, tegen een beschikking waarbij een verzoek tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is toegewezen, hoger beroep instellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking aan hem in persoon dan wel binnen drie maanden nadat zij op andere wijze is betekend en overeenkomstig het tweede lid openlijk bekend is gemaakt. De openlijke bekendmaking geschiedt door plaatsing van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant, aldus het tweede lid van artikel 820 Rv.
Ingevolge het bepaalde in artikel 828 Rv zijn voormelde bepalingen van overeenkomstige toepassing op een ontbinding van een geregistreerd partnerschap.
Op 25 april 2013 is de beschikking van 17 april 2013 openbaar betekend en op 6 augustus 2013 is een herstelexploot uitgebracht. Ter zitting is gebleken dat de beschikking openlijk bekend is gemaakt in de Staatscourant op 12 augustus 2013. Door op 4 november 2013 het beroepschrift in te dienen, is de man binnen de wettelijke beroepstermijn van drie maanden - die op 12 augustus 2013 is ingegaan – en derhalve tijdig in hoger beroep gekomen van de beschikking van 17 april 2013. Hij is dus ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
3 Beslissing
Het hof:
verklaart de man ontvankelijk in het hoger beroep;
bepaalt dat de mondelinge behandeling van de zaak wordt voortgezet op woensdag 16 april 2014 te 15.30 uur, tegen welke datum en tijdstip partijen en hun advocaten zullen worden opgeroepen.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. van Haeringen, mr. A.V.T. de Bie en mr. J.C.E. Ackermans-Wijn in tegenwoordigheid van mr. F.J.E. van Geijn als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2014.