Personen- en familierecht

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Personen- en familierecht

Gerechtshof Amsterdam, 19 juli 2016

Zaakgegevens

Op 19 juli 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
19 juli 2016
Datum publicatie
21 juli 2016
Zaaknummer
200.177.325/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. P Tijsterman te Uithoorn, mr. R.P.J. Hendrikx te Mijdrecht
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:2925
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tafriq echtscheiding.

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 24 juni 2015

    ECLI:NL:RBAMS:2015:3924
  2. Gerechtshof Amsterdam · 5 juli 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:2657
  3. Gerechtshof Amsterdam · 19 juli 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2016:2925

  4. Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:2705

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 19 juli 2016

Zaaknummmer: 200.177.325/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/13/557707 / FA RK 14-329 (HH/DC)

In de zaak in hoger beroep van:

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. P. Tijsterman te Uithoorn,

tegen

[de man] ,

wonende te [woonplaats] , Groot-Brittanië ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.P.J. Hendrikx te Mijdrecht.

1 Aanvulling van het dictum

1.1.

Op 5 juli 2016 heeft het hof een beschikking gegeven waarin het dictum als volgt luidt:

alvorens verder te beslissen:

- verzoekt het Internationaal Juridisch Instituut (IJI), gevestigd R.J. Schimmelpennincklaan 20-22, 2517 JN Den Haag, een nader schriftelijk advies uit te brengen naar aanleiding van de vragen als vermeld in rechtsoverweging 4.9;

- bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking alsmede van het procesdossier aan het IJI zal toezenden;

- bepaalt dat de behandeling van de zaak daartoe zal worden aangehouden pro forma tot zondag 4 september 2016;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

1.2.

Het hof is gebleken dat sprake is van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof heeft verzuimd in het dictum op te nemen de bepaling dat de kosten van de beantwoording van de in rechtsoverweging 4.9. vermelde vragen ten laste zullen worden gebracht van ’s Rijks kas. De beschikking dient te worden hersteld. De advocaten van partijen hebben de griffier op 11 juli 2016 telefonisch laten weten daarmee in te stemmen.

1.3.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

2 Beslissing

Het hof:

herstelt het dictum in de beschikking van 5 juli 2016 aldus dat dit als volgt komt te luiden:

alvorens verder te beslissen:

- verzoekt het Internationaal Juridisch Instituut (IJI), gevestigd R.J. Schimmelpennincklaan 20-22, 2517 JN Den Haag, een nader schriftelijk advies uit te brengen naar aanleiding van de vragen als vermeld in rechtsoverweging 4.9;

- bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking alsmede van het procesdossier aan het IJI zal toezenden;

- bepaalt dat de kosten van de beantwoording van de in rechtsoverweging 4.9. vermelde vragen ten laste zullen worden gebracht van ’s Rijks kas;

- bepaalt dat de behandeling van de zaak daartoe zal worden aangehouden pro forma tot zondag 4 september 2016;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. Sturhoofd, mr. A.N. van de Beek en mr. P.J.W.M. Sliepenbeek in tegenwoordigheid van mr. T. Mekkelholt als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2016.