Personen- en familierecht
benoeming deskundige ex artikel 810a Rv
Gerechtshof Amsterdam, 16 juli 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2711 · Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-2711
Zaakgegevens
Op 16 juli 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 juli 2019
- Datum publicatie
- 24 juli 2019
- Zaaknummer
- 200.250.421/01 en 200.254.925/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.A.J. van Putten te Alkmaar
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2711
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
benoeming deskundige ex artikel 810a Rv
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:11422Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:9246Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2019:2711
Gerechtshof Amsterdam · 10 september 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:3460
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie -en jeugdrecht)
zaaknummers: 200.250.421/01 en 200.254.925/01
zaaknummers rechtbank: C/15/273340 / JU RK 18/773 en C/15/280869 JU RK 18-2019
beschikking van de meervoudige kamer van 16 juli 2019 inzake
[voornamen] [achternaam Y],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. P.A.J. van Putten te Alkmaar,
en
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de GI.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
- de minderjarige [zoon] [achternaam X] , geboren [in] 2017 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige] );
- de heer [voornamen] [achternaam X] (hierna: [X] ).
In zijn adviserende taak is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming Haarlem
hierna te noemen: de raad.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland (Alkmaar) (hierna te noemen: de rechtbank) van 25 oktober 2018, uitgesproken onder zaaknummer C/15/273340 / JU RK 18/773, en van 29 november 2018, uitgesproken onder zaaknummer C/15/280869 JURK 18-2019.
2 Het geding in hoger beroep
De moeder is op 28 november 2018 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 25 oktober 2018 (zaaknummer 200.250.421/01) en op 19 februari 2019 van de beschikking van 29 november 2018 (zaaknummer 200.254.925/01).
De GI heeft op 21 maart 2019 een verweerschrift ingediend in de zaak met zaaknummer 200.254.925/01.
De gelijktijdige mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgevonden op 20 juni 2019.
Verschenen zijn:
- mr. N. Groen, advocaat te Almere, als waarnemer van de advocaat van de moeder;
- de GI, vertegenwoordigd door de gezinsmanager;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw D.M. van Dijk;
- mr. E.F.E. Hoekstra, advocaat te Heerhugowaard, die in eerste aanleg was benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige [zoon] [achternaam X] .
De moeder en [X] zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
3 De omvang van het geschil
Bij de bestreden beschikking zijn de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 15 december 2019. Het verzoek van de moeder om op grond van artikel 810a tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een onafhankelijk deskundigenonderzoek naar haar opvoedvaardigheden en mogelijkheden tot terugplaatsing van [de minderjarige] te gelasten, is afgewezen.
De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, de verzoeken van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg af te wijzen, dan wel de machtiging uithuisplaatsing te beperken tot de duur van zes maanden. Voorts verzoekt zij een contra-expertise ex artikel 810a Rv te gelasten en in afwachting daarvan de behandeling in hoger beroep aan te houden.
De GI verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.
4 De motivering van de beslissing
Het hof heeft de mondelinge behandeling van de zaken ter zitting op 20 juni 2019 aangehouden, aangezien de moeder niet was verschenen. Mr. E.F.E. Hoekstra, ter zitting aanwezig, is door de rechtbank benoemd om als bijzondere curator voor [de minderjarige] op te treden en de rechtbank te adviseren ten aanzien van de verzochte (verlengingen van de) ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] . Het hof wenst in hoger beroep eveneens hieromtrent geadviseerd te worden en acht het daarom van belang dat mr. Hoekstra haar werk als bijzondere curator voortzet. Mr. Hoekstra heeft zich daartoe bereid verklaard. Zoals ter zitting besproken zal het hof daarom thans overgaan tot benoeming van laatstgenoemde tot bijzondere curator over [de minderjarige] voor de duur van beide procedures in hoger beroep (zaaknummers 200.250.421/01 en 200.254.925/01).
Alle betrokkenen dienen hun medewerking te verlenen aan het verkrijgen van alle door de bijzondere curator relevant geachte informatie. De bijzondere curator mag daartoe ook derden benaderen. De bijzondere curator wordt verzocht uiterlijk één week voor de nader te bepalen zittingsdatum aan het hof schriftelijk verslag uit te brengen naar aanleiding van de hierna te noemen vraag, met afschrift daarvan aan partijen.
In afwachting van de nader te bepalen zitting en het verslag van de bijzondere curator wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
5 De beslissing
Het hof:
benoemt, alvorens verder te beslissen, voor de duur van beide procedures in hoger beroep (zaaknummers 200.250.421/01 en 200.254.925/01) tot bijzondere curator als bedoeld in artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek over de minderjarige [zoon] [achternaam X] :
Mevrouw mr. E.F.E. Hoekstra
J. Duikerweg 17
1703 DH HEERHUGOWAARD;
verzoekt de bijzondere curator verslag uit te brengen ten aanzien van de volgende vraag:
- Wat vergt het belang van [de minderjarige] ter zake van de verzoeken tot (verlenging van de) ondertoezichtstelling en tot (verlenging van de) uithuisplaatsing tot 15 december 2019?
verzoekt de bijzondere curator het verslag uiterlijk één week voor de nader te bepalen zittingsdatum aan het hof en aan partijen toe te sturen;
houdt de behandeling van de zaak aan tot een nader te bepalen zittingsdatum;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.V.T. de Bie, mr. R.G. Kemmers en mr. L. van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. C.M. van Harten als griffier en is op 16 juli 2019 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.