Materieel strafrecht
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Materieel strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2019:850 · Gerechtshof Amsterdam · 31 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/materieel-strafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-850
Zaakgegevens
Op 31 januari 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 januari 2019
- Datum publicatie
- 15 maart 2019
- Zaaknummer
- 23-004624-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht Materieel strafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:850
Samenvatting
Vrijspraak afpersing.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004624-15
datum uitspraak: 31 januari 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 november 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-219430-14 tegen
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1987,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2016, 7 november 2017 en 17 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 februari 2014 tot en met 7 februari 2014 te Amsterdam en/of Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 2 telefoons, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of tot het aangaan van een schuld (telefoonabonnementen), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] - zakelijk weergegeven - heeft/hebben toegevoegd zij in elkaar zou worden geslagen als zij die/dat telefoonabonnement(en) niet zou sluiten en/of de (mede daardoor) verkregen telefoon(s) niet zou afgeven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof de verdachte op grondslag van een in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging zal vrijspreken van een ruimer feitencomplex dan waarover de politierechter te oordelen had.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het (in vereniging plegen van het) ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
Vrijspraak
Voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde afpersing is in deze zaak cruciaal dat overtuigend komt vast te staan dat de aangeefster [slachtoffer], zoals zij heeft verklaard, tot het afsluiten van de telefoonabonnementen en de afgifte van de verkregen telefoontoestellen is gedwongen door de mondelinge bedreiging met geweld die zou zijn geuit door ‘[naam]’, waarmee zij de verdachte heeft bedoeld, dan wel door een van de medeverdachten. Het hof constateert echter dat de verdachten enige bedreiging ontkennen en dat zich in het dossier geen stukken bevinden die de lezing van de aangeefster omtrent de mondelinge bedreiging op enigerlei wijze ondersteunen, zoals verklaringen waaruit iets over haar gemoedstoestand ten tijde van het afsluiten van de telefoonabonnementen kan worden afgeleid. Gelet hierop heeft het hof onvoldoende de overtuiging bekomen dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan. Het hof is daarom met de politierechter van oordeel dat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 3.925,79. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
-
1 STK Telefoontoestel (wit, merk: Samsung), goednummer: 4699486;
-
1 STK Telefoontoestel (wit, merk Apple), goednummer: 4699472;
-
1 STK Telefoontoestel (zwart, merk: Blackberry), goednummer 4699474;
-
1 STK Simkaart van zaktelefoon (T-Mobile), goednummer: 4699486;
-
1 STK Simkaart van zaktelefoon (T-Mobile), goednummer: 4699485.
Gelast de teruggave aan [slachtoffer] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
-
1 STK Kassabon (bon van Apple IPhone 5s, 16 GB gold, HI), goednummer: 4699482;
-
1 STK Telefoontoestel (Apple IPhone 5s, 16 GB gold), goednummer: 4699478;
-
1 STK Simkaart van zaktelefoon (Vodafone), goednummer: 4699484.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. J.J.I. de Jong en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 januari 2019.
=========================================================================
[naam]